vrijdag 23 april 2010

Slijmappel

De slijmappel is de vrucht van een in droge tijden bladverliezende, doornige, tot 15 meter hoge boom met een korte stam, een afschilferende schors en uitspreidende takken die soms stekels dragen. De soort is de enige in zijn geslacht en behoort net als de citrusvruchten tot de wijnruitfamilie. De vrucht is een ronde, peervormige of ovale, 5 tot 20 centimeter grote bes met een tot 5 millimeter dikke, harde houtige schil of een min of meer zachte schil. De gladde, doffe schil van de vrucht vertoont fijne kliertjes en verkleurt tijdens rijping van grijsgroen naar geel met bruine vlekken. Het vruchtvlees is bleekoranje, zacht, melig, pappig en sappig. Het ruikt sterk aromatisch en smaakt zoetzuur, iets bitter, harsig en fruitig. Om een vezelige centrale streng liggen acht tot twintig vruchtkamers die met helder, kleverig, zoet sap zijn gevuld. Per kamer liggen tien tot vijftien stuks, circa 1 centimeter lange, afgeplatte, langwerpige zaden.

Teelt
De slijmappel is een subtropische soort. De vrucht groeit het best op een goed gedraineerde bodem. Over het algemeen wordt de fruit uit zaad geteeld in kwekerijen. De bloei in India vindt plaats in april en mei, kort nadat de nieuwe bladeren en vruchten rijpen in 10-11 maanden. Wanneer de vrucht geel-groen is kan er geoogst worden, dat gebeurt in januari. Een boom kan 800 vruchten in een seizoen opleveren, maar het gemiddelde is 150-200.
 
Consumptie
Voor vers gebruik kan de vrucht worden opengebroken en het vruchtvlees worden uitgelepeld. Van de vruchten kan sap worden gemaakt. Ook kunnen de vruchten worden verwerkt in marmelade, gelei en zoetwaren.
 
Voedingsstoffen
Voedingswaarde slijmappel per 100 gram:
Eiwit: 1.8 - 2.62 g
Vet: 0.2 - 0.39 g
Koolhydraten: 28.11 - 31.8 g
Water: 54.96 - 61.5 g

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen