maandag 26 april 2010

Groente en Fruit Kleurboek voor de jongste!

Je kan nu je eigen groente en fruit kleurboek downloaden. Voor jezelf (als je als achter de computer mag) of voor je kind(eren) als ze nog te klein zijn om zelf te downloaden.

zondag 25 april 2010

Rozenbottel

De rozenbottel is de vlezige vrucht van een roos. Botanisch gezien is de bottel niet alleen opgebouwd uit het endocarp, het exocarp en het mesocarp, maar vormt de opgezwollen bloembodem, net zoals bij de appel, het vruchtvlees.

Afhankelijk van de soort en variëteit van de roos kan de kleur rood, oranje, purper of zwart zijn. De vorm varieert van rond of langwerpig tot flesvormig. Een rozenbottel bevat veel geelwitte, harde zaden.
 
Consumptie
Van rozenbottels wordt onder andere jam bereid. Deze is rijk aan vitamine C en is onder meer afkomstig van de vrucht van de hondsroos (Rosa canina). Verder bevat een rozenbottel ook vitamine A, B1 en B2.
 
Voedingsstoffen
Rozenbottels bevatten 100 tot 1.000 mg warmtebestendige vitamine C per 100 g, provitamine A, vitamine B, P, K en E, 3 % tannine, 10 % pectine, appel- en citroenzuur, etherische olie, gom, flavonoïde glycosiden en mineralen (Mg, P, K, Ca en Fe).

Voedingswaarde per 100 gram:
Energie: 105 kJ, 25 kcal
Eiwit: 0.6 g
Vet: 0.3 g
Koolhydraten: 5.7 g
Water: 93 g

Vlierbes

De vlierbes is de vrucht van een snelgroeiend plantenras. In de lente dragen deze planten tuilen van witte of crèmekleurige bloemen, gevolgd dor kleine rode, blauwachtige of zwarte vruchten.

Daarnaast zijn er de volgende rassen speciaal voor de productie van bessen met een hoog kleurstofgehalte:
skondol, samyl, sampo, mammut en haschberg.

Wereldwijd kent het geslacht 25 varianten, waarvan er drie voorkomen in Nederland:
  • De gewone vlier (Sambucus nigra) is de belangrijkste soort in Europa. Een in de natuur voorkomende variëteit van de gewone vlier is de peterselievlier (Sambucus nigra laciniata), die diep ingesneden bladeren heeft.
  • De trosvlier of bergvlier (Sambucus racemosa) groeit in de koudere gedeelten van het noordelijk halfrond en heeft helderrode bessen.
  • De kruidvlier (Sambucus ebulus) is een zeldzame soort die meestal langs rivierenwordt gevonden.
Teelt
Vlierbessen groeien het beste op een vochtige, vruchtbare, goed gedraineerde bodem. Vanwege de ondiepe wortels moeten ze tijdens het eerste seizoen voldoende water krijgen. De oogst vindt meestal tussen eind augustus en begin september plaats.
 
Consumptie
De vlierbessen worden onder andree gebruikt voor het maken van wijn. De bessen worden ook verwerkt to jenever, jam of gelei. Bovendien worden de bessen gebruikt bij het verven.

 De bessen kunnen beter niet rauw gegeten worden, omdat ze giftig zijn. Ze bevatten de naar dit geslacht genoemde stof sambunigrine. Deze kan wel onschadelijk worden gemaakt door de bessen te koken. Vlierbessen worden daarom altijd gekookt.

Ze bevatten enorm veel vitamines. Ze geven een pittige smaak bij het toevoegen aan kruisbessenjam.

Bewaren/bewerken
De vlierbes zo snel mogelijk verwerken nadat ze van de struik geplukt zijn, het liefst nog dezelfde dag. Als het niet anders kan tijdelijk koel bewaren.
 
Voedingsstoffen
Voedingswaarde per 100 gram:
Energie: 305 kJ, 73 kcal
Eiwit: 0.7 g
Vet: 0.5 g
Koolhydraten: 18.4 g
Water: 79.8 g

Witte bes

De witte bes of witte aalbes wordt net als de rode aalbes gerekend tot de soort Ribes rubrum. In taxonomisch opzicht bestaat er derhalve geen verschil tussen de witte en de rode bes.
Beiden worden dus gerekend tot dezelfde botanische soort, waarbij de beskleur moet worden gezien als een kwantitatief kenmerk, welke kan variëren van wit tot zeer donkerrood en alle denkbare schakeringen daartussen.
Omdat de witte kleur door consumenten over het algemeen als minder aantrekkelijk wordt beschouwd, wordt de witte bes in Nederland veel minder geteeld dan de rode.

De rijptijd is afhankelijk van het ras en varieert van begin juli tot eind juli.
'Witte aalbes' heeft dezelfde betekenis als 'witte bes'.

Teelt
De witte bes staat het liefst in de halfschaduw, volle zon is ook mogelijk. Een luchtige bodem geniet de voorkeur. Het is een snel vruchtbare struik die afhankelijk is van de weersomstandigheden. Bloeit al in maart-april, maar is goed tegen koude temperaturen bestand. Bloemen verschijnen in trosjes en worden groen-geel. De bessen worden meestal in de tweede week van juli rijp.
 
Consumptie
De witte bes wordt toegepast bij onder meer garnituur, jam, siroop en azijn.
 
Bewaren/bewerken
Bewaartijd: twee tot drie weken.
 
Voedingsstoffen
Voedingswaarden per 100 gram:
Energetische waarde 38 Kcal/160kJ:
Koolhydraten 8,6 gram
Eiwit 0,9 gram
Vet 0,1 gram
Vitamine C 35 mg
Vitamine B1 0,08 mg
Vitamine B2 0,02 mg
Calcium 30 mg
IJzer 0,97 mg

Witte moerbei

De witte moerbei is de vrucht van een tot 16 meter hoge boom. De schors is grijsgroen tot roodbruin die van een oude boom donker oranjebruin. De kruin is hoog en tamelijk smal, takken zijn opvallend vaak gebroken, waardoor de kruin vaak ook lager en gewelfd wordt. De vruchten zijn wit, later geel, maar vaak ook roze tot paars. Ze worden in gedroogde vorm aangeboden, omdat ze niet lang houdbaar zijn.

Teelt
Moerbeien worden geproduceerd uit zaad en vermeerderd door zaad of enten. Methoden verschillen per gebied. Een goed gedraineerde bodem is belangrijk voor de teelt. Een schone voedingsbodem is van essentieel belang. Het zaad kan worden gedroogd en opgeslagen. Moerbeivruchten worden niet in één keer rijp. In Nederland rijpen de vruchten vanaf half augustus tot ver in september. Ze moeten geplukt worden als de paarsrood zijn.
 
Consumptie
Deze vruchten kunnen als dessert worden gegeten of tot jam worden verwerkt.

Bewaren/bewerken
Bewaartijd: een paar dagen.

Voedingsstoffen
Voedingswaarde moerbei per 100 gram:
Energie: 43 kcal, 146 kJ
Koolhydraten: 34.9 g
Vet: 3.3 g
Eiwit: 4.8 g
Water: 87.7 g
Vitamine C: 36.4 mg
Riboflavine (vitamine B2): 0.1 mg
Nicotinezuur (vitamine B3): 0.6 mg
Vitamine B6: 0.1 mg
Calcium: 39 mg
IJzer: 1.9 mg
Mangensium: 18 mg
Fosfor: 38 mg
Kalium: 194 mg
Natrium: 10 mg
Zink: 0.1 mg
Koper: 0.1 mg

Zwarte bes

De zwarte bes of cassis wordt in Nederland op beperkte schaal geteeld voor de verwerkende industrie. In de Belgische regio Vlaanderen heeft elke klassieke 'boerentuin' echter wel één of meer cassisplanten.

Teelt
De bessen worden machinaal geoogst en verwerkt tot sap. De oogststijd is afhankelijk van het ras en loopt van begin juli tot half augustus. Belangrijk zijn een goede sapkleur, een hoog vitamine C-gehalte en een goed aroma.

De zwarte bes komt ook in het wild voor op natte, voedselrijke grond in loofbossen en dan vooral in moerasbos. De zwarte bes bloeit vroeg, van april tot mei, en is daardoor gevoelig voor nachtvorst. Dit is dan ook de reden dat voornamelijk in de kuststreek zwarte bessen worden geteeld. De Zwarte bes is zelfbestuivend, maar kruisbestuiving geeft meer vruchten. Zwarte bessen worden door stek vegetatief vermeerderd.
 
Consumptie
In Rusland wordt de wodka verzoet met bladeren van zwarte bessen. In Groot-Brittannië wordt de zwarte bes gemengd gedaan in cider, een alcoholische drank. Dit drankje kan bij de meeste kroegen worden besteld. Zwarte bessen worden ook gebruikt bij het koken in sauzen, vleesgerechten en desserts.
 
Bewaren/bewerken
1 tot 2 weken bewaren.
 
Voedingsstoffen
Voedingswaarden per 100gram:
Energetische waarde: 57 kJ/238 Kcal
Koolhydraten: 12,4 gram
Eiwit: 1,3 gram
Vet: 0,2 gram
Caroteen: 0,14 mg
Vitamine C: 177 mg
Vitamine B1: 0,05 mg
Vitamine B2: 0,045 mg
Calcium: 46 mg
IJzer: 1,3 mg

Zwarte moerbei

De zwarte moerbei is een vrucht van een plant uit de moerbeifamilie die inheems is in Midden en West-Azië, maar alom geteeld wordt in Zuid-Europa. De hoogte is ongeveer 12 meter. De plant heeft met 308 een groot aantal chromosomen. De vruchten van de zwarte moerbei zijn bolvormig en lijken een beetje op de framboos. In het begin zijn ze groen van kleur, maar later worden ze oranjerood en tenslotte heel donkerrood. De vruchten zijn eetbaar en hebben een zoete smaak. Ze worden algemeen beschouwd als de lekkerste moerbeisoort.

Teelt
Moerbeien worden geproduceerd uit zaad en vermeerderd door zaad of enten. Methoden verschillen per gebied. Een goed gedraineerde bodem is belangrijk voor de teelt. Een schone voedingsbodem is van essentieel belang. Het zaad kan worden gedroogd en opgeslagen. Moerbeivruchten worden niet in één keer rijp. In Nederland rijpen de vruchten vanaf half augustus tot ver in september. Ze moeten geplukt worden als de paarsrood zijn.
 
Consumptie
Jam wordt vaak gemaakt van de vrucht.
 
Bewaren/bewerken
Bewaartijd: een paar dagen.

Voedingsstoffen
Voedingswaarde moerbei per 100 gram:
Energie: 43 kcal, 146 kJ
Koolhydraten: 34.9 g
Vet: 3.3 g
Eiwit: 4.8 g
Water: 87.7 g
Vitamine C: 36.4 mg
Riboflavine (vitamine B2): 0.1 mg
Nicotinezuur (vitamine B3): 0.6 mg
Vitamine B6: 0.1 mg
Calcium: 39 mg
IJzer: 1.9 mg
Mangensium: 18 mg
Fosfor: 38 mg
Kalium: 194 mg
Natrium: 10 mg
Zink: 0.1 mg
Koper: 0.1 mg

Rode moerbei

De rode moerbei is de vrucht van een bladverliezende boom, die tot 20 meter hoog en tot 50 centimeter dik kan worden. De alternerend geplaatste enkelvoudige bladeren zijn 7 tot 14 centimeter lang en 6 tot 12 centimeter breed.


De vrucht is een vruchtverband van meerdere kleine bolletjes en lijkt op een braam. De vrucht is 2 tot 3 centimeter groot en rijpt via rood naar donkerpaars. Ze smaken zoet-aromatisch.

Teelt
Moerbeien worden geproduceerd uit zaad en vermeerderd door zaad of enten. Methoden verschillen per gebied. Een goed gedraineerde bodem is belangrijk voor de teelt. Een schone voedingsbodem is van essentieel belang. Het zaad kan worden gedroogd en opgeslagen. Moerbeivruchten worden niet in één keer rijp. In Nederland rijpen de vruchten vanaf half augustus tot ver in september. Ze moeten geplukt worden als de paarsrood zijn.
 
Consumptie
De vruchten kunnen verwerkt worden in taartvullingen, jam en gelei.

Bewaren/bewerken
Bewaartijd: een paar dagen.

Voedingsstoffen
Voedingswaarde moerbei per 100 gram:
Energie: 43 kcal, 146 kJ
Koolhydraten: 34.9 g
Vet: 3.3 g
Eiwit: 4.8 g
Water: 87.7 g
Vitamine C: 36.4 mg
Riboflavine (vitamine B2): 0.1 mg
Nicotinezuur (vitamine B3): 0.6 mg
Vitamine B6: 0.1 mg
Calcium: 39 mg
IJzer: 1.9 mg
Mangensium: 18 mg
Fosfor: 38 mg
Kalium: 194 mg
Natrium: 10 mg
Zink: 0.1 mg
Koper: 0.1 mg

Rode bosbes

De rode bosbes is de vrucht van een plant uit de familie ericaceae. De dwergstruik wordt tussen de 10 en 40 centimeter groot en heeft een compacte, rechtopstaande, vorm. De ovale bladeren zijn afwisselend geplaatst en tweedelig gerangschikt, dondergroen en leerachtig. Aan het einde van de groeischeuten hangen de trossen met witte, soms rossige, klokvormige bloemen. De bloemtrossen bestaan uit vier bloemen. Bij andere bosbessen bestaan deze uit meestal vijf bloemen. Eind augustus, begin september rijpen de bessen in vijf tot zes weken via wit naar helderrood. Cultivars rijpen onder goede omstandigheden nog een tweede keer in september en oktober.


Teelt
De rode bosbes wordt vermeerderd via bestuivingen. Tijdens de vruchtzetting groeien de twijgen en vormen ze nieuwe bloemen. De plant groeit op de volle zon in een zure en goed doorluchte grond. Nog beter groeien ze open een luchtige, humusrijke grond. De eerste oogst vindt plaats in juli, waarin de bloemen zich ontwikkelen voor de najaarsoogst in oktober en september.
 
Consumptie
De rode bosbes is een gewaardeerde en geliefde vrucht bij wildgerechten. Het wordt veel geseveerd in de keuken van Noord- en Centraal-Europa. Dit met name in de scandanavische landen, Polen, Slowakije en Rusland. Wegens zijn wrange, zure smaak, die door het hoge gehalte aan fruitzuren (o.a. ascorbinezuur, benzoëzuur en salicylzuur) wordt veroorzaakt, wordt de vrucht slechts zelden rauw gegeten en meestal tot compote verwerkt.

Bewaren/bewerken
Bewaartijd: twee tot vier dagen.
 
Voedingsstoffen
Voedingswaarden 100g rode bosbessen:
Energie: 35-39 kcal, 148-162 kJ
Water: 88 g
Vet: 0,5 g
Kalium: 72 mg
Calcium: 14 mg
Magnesium: 6 mg
Vitamine C: 12 mg

Rode aalbes

De Rode aalbes is de meest populaire soort aalbes. Er bestaan ook witte en zwarte aalbessen. Om goed te kunnen rijpen hebben de besjes veel zon nodig. Anders blijven ze zuur van smaak en moet er een hoop suiker worden toegevoegd. Rode bessen zijn goed voor de gezondheid. Ze bevatten namelijk een hoge concentratie aan vitamines en vezelstoffen. In geïsoleerde toestand zijn ze uitzonderlijke caloriearm.

'Rode aalbes' heeft dezelfde betekenis als 'rode bes'.

Teelt
Bijna elke grond is wel geschikt te maken voor de teelt van aalbessen. Een humusrijke, zandige en vochtige grond komt het meest in aanmerking. Ieder najaar is er bemesting met organische stalmest nodig. De oogst van de meeste aalbessen is vanaf juni. Bessen houden van zon, maar niet van een winderige tochtplek. Planten kan tot half maart, half november is de beste tijd om te planten. Snoeien tot op een gewenste hoogte.
 
Consumptie
Na een spoelbeurt zijn de bessen zo te consumeren. U kunt ze in yoghurt, confituur, taart, milkshakes of vruchtensalades verwerken.
 
Bewaren/bewerken
Rode bessen worden in kartonnen bakjes aangeboden. Zorg er voor dat de bessen niet gekneusd zijn.

Bewaar de bessen in de koelkast en spreid ze uit op een bord of schaal omdat ze anders te snel kneuzen en rot worden.

Voedingsstoffen
Voedingswaarden per 100 gram:
Energetische waarde 189 kJ/45Kcal
Koolhydraten 9,7 gram
Eiwit 1,13 gram
Vet 0,2 gram
Vitamine C 36 mg
Caroteen 0,04 mg
Vitamine B1 0,04 mg
Vitamine B2 0,03 mg
Calcium 29 mg
IJzer 0,91 mg

Recepten
Bessendessert uit de oven

Rijsbes

De rijsbes is een kleine struik en draagt wittige tot roze bloemetjes in trosjes van 2 tot 3 stuks. Hij bloeit in mei en juni. De bessen lijken op die van de blauwe bosbes maar zijn iets ovaler van vorm. De vruchten rijpen in de nazomer. Ze hebben een blauwe schil, maar wit vruchtvlees en kleurloos sap in tegenstelling tot de blauwe bosbes die blauw vruchtvlees en paars sap heeft. De smaak is flauwzoet.

Teelt
Voor de teelt is een vochtige en kalkvrije bodem nodig. Geef de voorkeur aan een zeer zure bodem en volle zon. Ook beschutting tegen sterke wind is belangrijk. Het is het beste om zaad in een kas te zaaien.
 
Consumptie
De rijsbes kan worden verwerkt tot gelei, jam en sap. In het oosten van Siberië wordt de struik gebruikt voor het looien van leer en wordt uit de bessen een sterke brandewijn vervaardigd.

Prachtframboos

De prachtframboos is een zachtfruitsoort die behoort tot de Rozenfamilie (Rosaceae) en het geslacht Rubus.

De prachtframboos komt van nature voor in de bossen en langs de rivieren van de kuststreken van Alaska tot Noord-Californië. Ze vormen vaak op open plekken tussen Amerikaanse elzen (Alnus rubra) een dicht struikgewas. De oorspronkelijk uit Noord-Amerika afkomstige prachtframboos komt ook in Nederland voor in parken en buitenplaatsen, zij het dat de plant hier zeldzaam is. Deze framboos wordt ook aangeplant.

Teelt
De vaste plant heeft tweejarige stengels die 1 tot 2 meter lang kunnen worden en na de vruchtdracht afsterven. Nieuwe stengels ontstaan uit grondscheuten. De stengels zijn bezet met stekels en oudere stengels verkleuren oranje tot goudbruin. De van onderen groene bladeren zijn drietallig en hebben aan de voet van de bladsteel met de steel vergroeide steunblaadjes. De blaadjes zijn grof gezaagd tot veerspletig.

De prachtframboos bloeit van maart tot in mei met helderpaarsachtig rode, 2,5 tot 3 centimeter grote, geurende bloemen. De kroonbladeren zijn langer dan de kelk.
De twee keer zo grote vruchten als die van de framboos kunnen rood, geel, oranje of oranjerood zijn en goed rijpe vruchten worden plaatselijk gebruikt voor het maken van jam, snoepgoed, gelatinepudding en vruchtenwijn. De vruchten kunnen afhankelijk van de herkomst verschillend smaken van flauw tot zoet en zijn soms bitter. Voor de oorspronkelijk bevolking in Noord-Amerika zijn ze nog steeds een belangrijk voedsel.

Consumptie
De jonge scheuten kunnen gegeten worden als asperges.

Meloen

Meloen is een oud cultuurgewas waarin in de loop van de tijd veel is veredeld. Hierdoor is er een grote variatie ontstaan en is het niet makkelijk om de rassen in te delen naar type. Desalnietemin worden er een viertal meloentype onderscheiden:
  • Cantaloup-meloenen. De naam is afgeleid van Canteloupe, een gehuchtje in de buurt van Rome, waar deze meloenen in de tuin van de Paus werden geteeld. Ze zijn rond of iets afgeplat van vorm en zijn aan de buitenkant verdeeld in segmenten of bedekt met wratachtige knobbels. Het bekendste ras uit deze categorie is de charentais of cavaillon. Ook het ras Oranje Ananas behoort tot dit type en heeft ook oranje-geel vruchtvlees. 
  • Ogenmeloen
  • Netmeloenen zijn meloenen met een kurkachtig lichtbruin of wit netwerk op de schil. De schil zelf is glad of gesegmenteerd. De galiameloen is van dit type, heeft smaragdgroen vruchtvlees en komt oorspronkelijk uit Israël.
  • Gladde meloenen, zoals honing- of suikermeloen. Dit type moet lang rijpen en wordt vooral in de winter aangevoerd. De Honeydew en de Amarillo liso uit Spanje zijn de bekendste.
In Nederland werd de meloen reeds rond 1900 onder platglas geteeld, maar na 1940 werd staand glas (kassen) steeds meer gebruikt. De teelt gebeurt vlakvelds of aan touwen. Voor de bestuiving zijn bijen of hommels noodzakelijk.

Teelt
Meloen is een eenjarige plant en heeft veel warmte en licht nodig. Als een plant grote bladeren heeft zal deze ook grote vruchten dragen. Er zijn kruipende planten en meloenplanten die omhoog groeien langs touwen. De hommels zorgen in de kas voor de bestuiving van de bloemen waar vervolgens de vrucht uit zal groeien.
Teeltschema: zaaien in april, planten in mei/begin juni, oogsten in augustus/september
Consumptie
Meloenen smaken lekker fris, de zoetheid varieert al naargelang de soort. U kan de meloenen uitlepelen of het vruchtvlees in stukjes snijden. Meloen is uiterst geschikt bij fruit- en andere slaatjes en bij voorgerechten bijvoorbeeld in combinatie met gedroogde ham.
De Piel de Sapo wint de afgelopen jaren erg aan populariteit. Er is volgens sommigen een verschuiving op handen, waardoor er steeds meer Canteloupe- en Piel de Sapo-meloenen gegeten gaan worden en dit ten koste van de gele meloenen.

Bewaren/bewerken
U kunt de meloen door snijden om de pitten te verwijderen en hierna uitlepelen of van de schil halen. Niet rijpe vruchten laat u op kamertemperatuur verder rijpen. Bewaar meloenen niet onder de 8 °C, want dan ontstaan waterige plekken die snel schimmelen. Wikkel een meloen voordat u hem in de koelkast legt in aluminiumfolie. Zo behoudt deze namelijk zijn geur en smaak. Bovendien voorkomt u dat andere etenswaren naar meloen gaan ruiken.

Voedingsstoffen
Voedingswaarde per 100 gram (watermeloen):
Energie: 32 kcal, 134 kJ
Vezels: 0,5 g
Koolhydraten: 7,18 g
Vet: 0,43 g
Eiwit: 0,62 g
Water: 91,51 g
Vitamine C: 9,6 mg

Voedingswaarde per 100 gram (Cantaloupe):
Energie: 35 kcal, 146 kJ
Vezels: 0,8 g
Koolhydraten: 8,36 g
Vet: 0,28 g
Eiwit: 0,88 g
Water: 89,78 g
Vitamine C: 42,2 g

Lijsterbes

Teelt
De lijsterbes doet het goed matig droge, voedselarme zure bodem, maar een vochthoudende, humusrijke grond is beter. Deze bes houdt van veel zon, maar hij doet het ook aardig in de schaduw. De bodem moet regelmatig bedekt worden met mest of compost. De lijsterbessen rijpen in augustus en september. Iedere broom levert gemiddeld 25-40 kg vruchten.
 
Consumptie
Lijsterbessen kunnen tot jam worden verwerkt. Het hout van de lijsterbes is geschikt om meubels, keukengerei, gymnastiektoestellen, duim - en meetstokken te maken. Lijsterbessen worden geroosterd als koffiesurrogaat gebruikt.
 
Bewaren/bewerken
Na de oogst worden na de oogst koel opgeslagen (bijvoorbeeld in een diepvrieskist).
 
Voedingsstoffen
De lijsterbes bevat appel- wijnsteen- en citroenzuur, etherische olie, vitamine C, provitamine A, bitterstoffen, tannine en flavonoïde glycosiden.

Kruisbes

De kruisbes of klapbes behoort evenals de witte, rode en zwarte bes tot het geslacht Ribes. Naast de teelt komt de kruisbes in Nederland ook in het wild voor. In het wild komt de kruisbes voor op vochtige, matig voedselrijke, kalkhoudende grond op kapvlakten, onder struikgewas en op open plaatsen in het bos.

De struik waar de kruisbes aan groeit wordt 60 tot 120 centimeter hoog en heeft gestekelde takken. De bladeren zijn rondachtig en 3 tot 5 lobbig. De bladsteel en de onderkant van het blad is zacht behaard. De vrucht is een kale of met klierachtige borstels bezette bes en heeft rijp een groene, gele, rode of roodpaarse kleur.
 
Teelt
Er worden in Nederland nog maar weinig kruisbessen getaald, namelijk minder dan 15 hectare. In Vlaanderen is de teelt van kruisbessen nog vrij algemeen bij de telers van kleinfruit. Vooral in de typische fruitstreken zoals Haspengouw, de Voorkempen, en het Hageland. Vroeger werden kruisbessen onrijp geplukt voor de verwerkende industrie. Tegenwoordig worden ze rijp geplukt voor de verse consumptie en komen dan voornamelijk in juli op de markt.
Kruisbessen worden vegetatief door stek vermeerderd. Voor particuliere tuinen worden ook wel kleine boompjes aangeboden waarbij de kruisbes is geënt op een onderstam van Ribes uva-crispa die gemakkelijk stekt. Doordat deze onderstam een hoogte van ongeveer één meter heeft groeien de vruchten op plukhoogte. In de commerciële teelt kan gekozen worden voor vrij groeiende struiken of voor de teelt aan hagen. Dit laatste komt tegenwoordig het meeste voor.

Sommige rassen hebben een hangende groeiwijze waardoor ze niet meer geschikt zijn voor de teelt als vrijstaande struik doch alleen nog maar aan een haag kunnen worden geteeld. Bij de teelt aan hagen worden palen opgericht met daartussen draden die op een afstand van ongeveer 20 tot 25 centimeter worden gespannen. Vervolgens worden per struik twee of drie gesteltakken omhoog geleid waarbij er door middel van snoei voor wordt gezorgd dat de gesteltakken elk jaar over de volledige lengte zijn bekleed met vruchtdragende hout.
 
Consumptie
Het vel dat rond de kruisbessen zit is eetbaar. Kruisbessen kunnen rauw gegeten worden of verwerkt worden in confituur of gebak. Wanneer het vel te hard is kunt u de bessen even laten pocheren in suikerwater.
 
Bewaren/bewerken
Leg de kruisbessen naast elkaar op een bord in de koelkast. Op die manier kunt u ze enkele dagen bewaren. Was de bessen kort voor gebruik en verwijder de steeltjes.
 
Voedingsstoffen
Voedingswaarden per 100g
Energie: 44 kcal 184 kJ
Vezels: 4,3 g
Koolhydraten: 10,18 g
Vet: 0,58 g
Eiwit: 0,88 g
Water: 87,87 g
Vitamine C: 27,7 mg

Japanse wijnbes

De Japanse wijnbes behoort evenals de braam en de framboos tot het geslacht Rubus en komt van nature voor in Korea, Japan en China. Tot het geslacht Rubus behoren meer dan 600 soorten.

De plant is een makkelijk groeiende struik waarvan de stengels tot 3 meter lang kunnen worden. De bladeren zijn aan de bovenzijde lichtgroen en aan de onderzijde grijs. Aan de stengels en de bladstelen zitten naast zeer veel roodbruine klierhaartjes ook stekels, die bij aanraking in de huid achter kunnen blijven. De twijgen zijn lichtgroen, maar kleuren later mooi rood.

Teelt
Op vrijwel alle grondsoorten groeit de wijnbes maar groeit het beste op humeuze en kalkrijke gronden. In de winter worden de afgedragen stengels verwijderd. In het vroege voorjaar worden de nieuwe stengels aangebonden en tot 1.80 meter teruggesnoeid. Er worden 8 tot 10 stengels per meter aangehouden, de rest van de stengels wordt weggesnoeid.

Consumptie
Van de Japanse wijnbes worden alleen de vruchten gebruikt. De vruchten hebben een wat flauwe, frisse, zoetzure smaak, zijn donkerrood gekleurd en voelen wat kleverig aan. Hoe donkerder de kleur des te meer smaak ze krijgen. Ze kunnen alleen of vermengd met yoghurt of vla gegeten worden. Gelei van Japanse wijnbessen blijft vloeibaar en is zeer geschikt als vruchtensiroop over toetjes. De vruchten kunnen worden ingevroren voor later in compôtes en bowl. Ook kan er jam van gemaakt worden, maar de smaak is flauw. Daarom is het aan te bevelen om rode bessen voor de smaak toe te voegen

Bewaren/bewerken
Na de oogst moet de Japanse wijnbes enige tijd in de koelkast bewaard worden.

Goudbes

De goudbes of ananaskers is de vrucht van een tot 2 meter hoge, eenjarige, kruidachtige plant met breed vertakte zijscheuten. De bladeren, de bloemstelen en de kelken zijn bezet met zachte haren. De alternerend geplaatste bladeren zijn hartvormig en groen. De bladeren zijn 10 tot 17 centimeter lang en de randen zijn gekarteld. De bloemen komen solitair uit de bladoksels en vertakkingen van stengels. De klokvormige kelk bestaat uit vijf driehoekige delen. Na de bloei vormt de kelk zich tot een omhulsel van de bes.
De vrucht is een oranje, 1 tot 2 centimeter grote bes die omhuld blijft door de lichtbruine kelk. Het sappige, lichtoranje vruchtvlees bevat vele kleine zaden. Het smaakt aromatisch en zoet tot zoetzuur. De vrucht, de ananaskers of goudbes, wordt in Nederland vooral rond de kerstperiode in de supermarkt aangeboden maar hij kan het hele jaar op de markt worden gekocht.
 
Teelt

Nadat de zaden zijn gescheiden van de pulp worden ze geplant. Zaden ontkiemen tussen 8 en 14 dagen in een onverwarmde kas. De eerste (gele) bloemen verschijnen 4 tot 5 weken na het verspenen tijdens het begin van de lente en de warme dagen in april tot en met november. De planten worden bestoven door de wind en de plaatselijke insecten. De oogst begint in augustus en duurt tot de planten worden gedood door vorst (meestal begin december). Iedere plant levert ongeveer 150 tot 300 vruchten. Wanneer de vruchten goud-geel zijn, zijn ze rijp. Onrijpe vruchten zijn groen.
 
Consumptie
De goudbes is ideaal voor het bakken van taart en het maken van jam. Verder wordt de vrucht gebruikt in vruchtensalades en in combinatie met avocado.
 
Bewaren/bewerken
De beste bewaartemperatuur voor de goudbes is tussen de 7 en 12°C. Rijp zijn de goudbessen 3 tot 4 dagen houdbaar, onrijpe vruchten rijpen na op kamertemperatuur.
 
Voedingsstoffen
De goudbes bevat onder meer vitamine A, B en C en heeft een hoog gehalte aan pectine en fosfor.

Framboos

Frambozen hebben rozerode tot donkerrode vruchten. De vruchten zijn rond en soms kegelvormig en opgebouwd uit een verzameling deelvruchtjes rondom de bloembodem. Frambozen zijn lekker sappig en zoet, stevig en egaal van kleur. De framboos is een naast familielid (geslacht Rubus L.) van de braam, hetgeen duidelijk te zien is aan de bouw van de vruchten.
Frambozen behoren, net als onder andere aalbessen en kruisbessen, tot het zachtfruit. Frambozen zijn in een groot deel van de wereld inheems en kunnen afhankelijk van de soort gele, rode, roze, oranje, bruine of zwarte vruchten dragen. Beroepsmatig wordt de ons bekende roze framboos gekweekt vanaf het einde van de 16e eeuw, met Griekenland en Italië als bakermat. Het seizoen begint eind april wanneer de eerste frambozen uit de kassen worden geoogst. Frambozen zijn tot eind oktober beschikbaar.

Teelt
Door verschillende teeltmethoden toe te passen kan de oogst over een lange periode, van eind april tot eind december, gespreid worden.

Zomerframbozen: Door de zomerframbozen in een plastic tunnel te telen is de oogst met ongeveer een maand te vervroegen. Frambozen kunnen ook onder glas geteeld worden, zowel in potten als in de grond. Door de kas te verwarmen kan de oogst nog eens met een maand vervroegd worden.

Normale buitenteelt: Direct na de oogst worden de afgedragen stengels verwijderd. In het vroege voorjaar worden de nieuwe stengels aangebonden. Voor de buitenteelt worden 8-10 stengels per meter aangehouden, de rest van de stengels wordt weggesnoeid.

Herfstframbozen: Om een goede oogst in het najaar te krijgen worden in de winter alle scheuten weggesnoeid. Door herfstframbozen in een verwarmde kas te telen kan de oogst tot eind december plaatsvinden. Bij de doorteelt worden in de winter alleen de afgedragen toppen verwijderd. In het voorjaar wordt dan van de onderste ogen geoogst.
 
Consumptie
Van de framboos worden alleen de vruchten gebruikt. De vruchten hebben een specifieke frambozensmaak en zijn afhankelijk van het ras lichtrood tot donkerrood gekleurd. Ook komen rassen voor met geelgekleurde vruchten. Frambozen worden zowel vers gegeten als verwerkt in frambozenjam, vruchten op siroop, tot bavarois, tot sap, tot puree en saus. Ze worden ook als losse vruchten ingevroren.

Frambozen zijn goed te mengen met ander zachtfruit en kunnen worden gepureerd voor sauzen. Frambozensaus kunt u gebruiken in kleurrijke sorbets, soufflés jams, geleien, gebaksvullingen en azijnsoorten. Uiteraard zijn frambozen ook te verwerken in salades of als vruchtje op een heerlijke ijscoupe. Frambozen passen ook bij warme gerechten, bijvoorbeeld met eendenborst, wit vlees en andere zuurzoete bereidingen.

De framboos wordt ook gebruikt in medicijnen voor kinderen om er een lekker smaakje aan te geven.
 
Bewaren/bewerken
Koop frambozen die er vers, mooi en droog uitzien. Het meeste zomerfruit kan niet lang op een warme plaats worden bewaard. Het beste is het fruit ongewassen op een koele plaats te bewaren. Haal eventueel beschadigd fruit zo snel mogelijk weg bij de andere vruchten.

Het zomerfruit kan goed worden ingevroren. U kunt zomerfruit het beste bewaren bij een temperatuur van 1 tot 4ºC, frambozen zijn dan zo’n 2 tot 3 dagen houdbaar. Bij het schoonmaken dient u het zomerfruit zo weinig mogelijk aan te raken.

Was het vlak voor u het serveert, maar alleen als het nodig is.
 
Voedingsstoffen
Voedingswaarden per 100gr:
Energie: 136 KJ, 32 kcal
Eiwit: 1.0 g
IJzer: 1.5 mg
Koolhydraten: 7.0 g
Natrium: 0.0 g
Calcium: 15 mg
Vet: 0.0 g
Vezels: 7.4 g
Vitamine C: 5 mg

Cranberry

De cranberry, grote veenbes of gewoon veenbes is een plant uit de heifamilie (Ericaceae). Het is een kruipende of overhangende plant met dunne stengels. De veenbes heeft een voorkeur voor zure grond, zoals heide, veen en bossen. In Nederland is de plant vrij zeldzaam.

De cranberry komt oorspronkelijk uit Noord-Amerika en is in Nederland een exoot. In 1840 is een vat bessen op Terschelling aangespoeld, waarna ze hier inburgerde. De plant is hier in 1868 ontdekt door de botanicus Franciscus Holkema. Op Terschelling komen uitgebreide velden van de cranberry voor en de pluk van de bessen is er aan een veenbes-bedrijf verpacht. Ook op Vlieland komen grotere velden voor. Op de overige waddeneilanden is de cranberry een zeldzaamheid. De cranberry wordt ook in klein aantal gevonden in het Fochteloërveen en het Eesveen op de grens van Friesland en Drenthe. De officiële Nederlandse naam van de plant is cranberry of Amerikaanse veenbes. Ook wordt de plant wel Lepeltjesheide genoemd. Op Terschelling staat de plant bekend als Pieter-Sipkesheide, naar de vinder van het vat in 1840.

Teelt
Het gebruik van de cranberry als medicinale plant was al vroeg bekend bij de Noord-Amerikaanse indianen.

Omdat de cranberry gebruikt werd als middel tegen scheurbuik op lange zeereizen was er ook in Europa belangstelling voor commerciële teelt van de cranberry. De eerste pogingen werden ondernomen in de negentiende eeuw in Engeland en Duitsland. Na de ontdekking van de cranberry op Terschelling werd ook in Nederland de belangstelling voor commerciële teelt ontdekt.

Consumptie
Veenbessen zijn enorm populair tijdens de kerstperiode en worden vaak gekookt gegeten in combinatie met kalkoen, wild en andere warme vruchten. Door hun bitter-zure smaak worden ze bijna altijd gekookt met wat suiker. Veenbessen worden vaak verwerkt tot compote of gebruikt in gebak en taarten. Zorg ervoor dat u het deksel op de kookpot zet tijdens het koken van de bessen, want ze spatten open.
 
Bewaren/bewerken
Let bij de aankoop van de cranberry erop dat de bessen mooi glanzend en stevig zijn.

U kunt ze enkele weken in de oorspronkelijke verpakking in de koelkast bewaren, de optimale bewaartemperatuur is 3 tot 6 °C. Veenbessen zijn daarnaast geschikt om in te vriezen.
 
Voedingsstoffen
Voedingswaarden per 100 gram:
Energie: 58 kJ, 14 kcal
Eiwit: -
IJzer 1,0 mg
Koolhydraten: 3,4 g
Natrium: 1 mg
Calcium: 15 mg
Vet: -
Vezels: 4,2 g
Vitamine C: 15 mg

Braam

Bramen groeien aan stekelige struiken. Het zijn net zoals de framboos en de aardbei schijnvruchten. De braambes bestaat uit kleine vruchtjes die op een kern samengepakt zitten. De kleur kan van donkerblauw tot paarszwart variëren.

Bramen worden van april tot december aangeboden. Ze worden verkocht in kleine plastic of kartonnen bakjes. De braam is een delicate vrucht.

De cultuurbraam, die geteeld wordt voor de vruchten, is ontstaan uit kruisingen tussen verschillende braamsoorten, waardoor er geen soortnaam aan gegeven kan worden. Meestal worden de rassen van de cultuurbraam daarom in Rubus sectie Moriferi gerangschikt.

Teelt
Bramen hebben behoefte aan een zonnige en beschutte plek. Op een schaduwrijke plaats bloeit de braam slecht. Een voedingrijke, humeuze en vochtige bodem zorgt voor bramen van hoge kwaliteit. Planten gebeurt van begin november tot eind maart. Tot op 25 cm boven de grond moet de plant gesnoeid worden. De meeste bramenrassen worden rijp in de periode eind juli - tweede helft van september.
 
Consumptie
Braambessen kunnen zo met wat suiker gegeten worden. Andere mogelijkheden zijn: pureren, tot sap verwerken of als vulling van taarten. Was de bramen heel voorzichtig, laat ze uitlekken en verwijder de kroontjes.

Van de braam worden vooral de vruchten gebruikt. Deze worden verwerkt in gelei, jam, likeur, saus, wijn, en als garnering op taarten en door ijs.

Van de langzaam gedroogde en gefermenteerde bladeren kan een thee gezet worden tegen diarree. Ook de vruchten hebben een stoppende werking door hun gehalte aan Tannine.

De vruchten zijn ook gebruikt als kleurstof voor wol. De jonge scheuten werden gebruikt als basis voor bruine verf.

Bewaren/bewerken
Bewaar bramen uitgespreid op een koele plaats 1 tot 2 dagen, in de koelkast 3 tot 4 dagen. Bramen kunt u het beste eind augustus, begin september invriezen.

Voedingsstoffen
Voedingswaarden per 100 gram:
Energie 216 Kj, 51 Kcal
Voedingsvezels 7,3 g
Koolhydraten 6 mg
Vetten 1g
Eiwitten 1g
Vitamine C 12 mg

Perzik

De perzik is een populaire vrucht. Ze bevat een harde houten pit net als de abrikoos, de pruim en de kers. Technisch zijn dit alle steenvruchten. De perzik is zelffertiel en kan dus zichzelf bevruchten.

De perzik wordt voornamelijk gekweekt in Iran en de omgeving van de Middellandse Zee. De naam Perzik betekent Perzisch. Perziken komen oorspronkelijk uit China maar zijn via Perzië in Europa terecht gekomen.

De schil voelt een beetje pluizig aan. Een vorm zonder deze pluizige schil heet een nectarine. Behoudens de schil bestaat er geen wezenlijk verschil tussen perziken en nectarines. Een nectarine is dus geen kruising tussen een perzik en een pruim zoals soms wordt verondersteld.

Binnen de rassen wordt wel onderscheid gemaakt naar de kleur van het vruchtvlees: wit, geel of rood. Veel witvlezige rassen staan er om bekend dat ze beter smaken dan de geelvlezigen maar een nadeel is dat ze veelal slechter tegen transport kunnen.
 
Teelt

In Nederland werden vroeger perziken onder glas geteeld. Deze teelt is nagenoeg verdwenen omdat de Nederlandse kasperziken qua kostprijs niet konden concurreren met de perziken die in zuid-Europa gewoon buiten groeien.

Ook buiten een kas is teelt in Nederland wel mogelijk, zeker als de boom op een beschutte plaats staat (bijvoorbeeld tegen een zuidmuur). Perziken bloeien in Nederland buiten al vroeg (in april) waardoor er een grotere kans bestaat op bevriezing van de bloemen door nachtvorst. Daardoor kan de oogst van buitenperziken wisselvallig zijn. Indien de bloemen niet door nachtvorst zijn beschadigd kan de vruchtzetting zeer overvloedig zijn. Ruime vruchtdunning is dan noodzakelijk zodat de overblijvende vruchten voldoende gelegenheid krijgen om volledig uit te groeien en alleen dan een goede kwaliteit zullen krijgen.
 
Consumptie
Perziken hebben een zoete smaak. U kunt ze eten met of zonder schil. Perziken smaken lekker fris in salades en bij desserts.
 
Bewaren/bewerken
Perziken zijn ongeveer gedurende het ganse jaar verkrijgbaar dankzij de import. Let er bij de aankoop op dat de vruchten geen plekjes vertonen. Vaak worden de perziken verkocht wanneer ze nog hard zijn. De vruchten zijn rijp wanneer ze zacht zijn en de pit gemakkelijk loskomt.

Perziken zijn erg kwetsbare vruchten. Behandel ze zeer voorzichtig. U kan ze maximum één week bewaren in de koelkast. Harde vruchten kan u laten narijpen op kamertemperatuur.

Voedingsstoffen
Voedingswaarde per 100g:
Energie: 43 kcal, 180 kJ
Vezels: 2 g
Koolhydraten: 11,10 g
Vet: 0,09 g
Eiwit: 0,70 g
Water: 87,66 g
Calcium: 5 mg
IJzer: 0,11 mg
Vitamine C: 6,6 mg

Plumcot

De Plumcot is een soortkruising tussen een abrikoos en een Japanse pruim. Het erfelijk materiaal van de Plumcot bestaat voor 50% uit pruim en voor 50% uit abrikoos. De naam is een samentrekking van de Engelse namen voor pruim (plum) en abrikoos (apricot).

Door het kwekersbedrijf Zaiger's Genetics in Modesto (Californië) zijn ook enkele Plumcot-rassen ontwikkeld, met de namen 'Flavorella' en 'Plum Parfait'. Door dit kwekersbedrijf zijn ook meer ingewikkelde soortkruisingen tussen abrikoos en Japanse pruim ontwikkeld welke bekend staan onder de namen Aprium en Pluot.

Net als de abrikoos en de Japanse pruim bloeien Plumcot-bomen erg vroeg in het seizoen waardoor er onder Nederlandse omstandigheden grote kans bestaat op schade door nachtvorst. Plantgoed voor Plumcot-bomen is in Nederland overigens niet (of zeer moeilijk) verkrijgbaar.

Pruim

De heerlijke vitaminerijke dorstlesser is er niet het hele jaar maar zijn er in het seizoen in grote diversiteit. Omdat de rassen gespreid over het seizoen op de markt komen kunnen we lang genieten van deze heerlijke vrucht.

De pruim groeit aan bomen die van 3 tot 7 meter hoog kunnen worden. De vorm van een pruim is eivormig. De kleur loopt uiteen van blauwzwart tot rood en geel. Enkele soorten zijn: Reine Claude d'Oullins (groot met een groene tot gele schil), Reine Claude d'Althan (roodpaars met een goudgeel vruchtvlees), Reine Claude Crottée (klein met een groengele schil), Monsieur Hâtif (langwerpig met een paarse kleur en geel vruchtvlees), Czar (klein en paarsblauw), Tragedie (langwerpig, geel met donkerrode vlekken) en de dubbele bakpruim (blauw met geel vruchtvlees).
 
Teelt
Californië, Frankrijk, Chili en Argentinië zijn de grootste pruimenleveranciers. Rijpe vruchten worden in droogtunnels gedroogd en daarna opgeslagen in koelruimten. Ze bevatten dan nog 18-20% vocht. Na het blootstellen aan warme, niet geheel droge lucht, is het vochtgehalte ± 24%. Voorgeweekte (tenderized) pruimen hebben een vochtgehalte van maximaal 35%. Om bederf tegen te gaan ondergaan ze een behandeling met ascorbinezuur en worden in de verpakking gepasteuriseerd.
 
Consumptie
Pruimen zijn heerlijk zo uit de hand, tussendoor, bij het ontbijt of als dessert. Maar ook als pruimencompote, pruimenmoes, pruimenjam, -gelei, -chutney, -saus. Pruimen in de fruitsalade, op brandewijn, door de yoghurt, door kwark of op een pruimentaart. Het smaakt allemaal heerlijk. Probeer ook eens pruimensaus bij tam konijn of bij varkensvlees. Pruimen op cognac zijn een delicatesse voor de feestdagen. Zoetzuur van pruimen met meloen en appel zijn een tractatie.
 
Bewaren/bewerken
Kies stevige pruimen. De vrucht moet echter bij een lichte vingerdruk iets meegeven. Te harde pruimen zijn nog niet rijp genoeg. Laat ook gedeukte exemplaren liggen.
Doorgaans zijn pruimen beperkt houdbaar. Ze zijn erg gevoelig voor te lage temperaturen. Bewaar ze daarom op een koele plaats, maar niet te lang.

Voedingsstoffen
Voedingswaarde per 100g pruim met schil:
Energie: 177 kJ, 42 kcal
Eiwit: 0.8 g
IJzer: 0.3 mg
Koolhydraten: 9.6 g
Natrium: -
Calcium: 8 mg
Vet: -
Vezels: 2.2 g
Vitamine C: 5 mg

Voedingswaarde per 100g gedroogde pruim:
Energie: 799 kJ, 188 kcal
Eiwit: 2.0 g
IJzer: 1.0 mg
Koolhydraten: 45 g
Natrium: 10 mg
Calcium: 30 mg
Vet: -
Vezels: 16.1 g
Vitamine C: 0 mg

Rode mombinpruim

De rode mombinpruim is de vrucht van een tot 10 meter hoge boom of struik uit de Anacardiaceae, die in droge tijden zijn blad kan verliezen.

De overstaande bladeren zijn oneven geveerd en tot 25 centimeter lang. Ze bestaan uit 5 tot 19 tot 4 centimeter lange lancetvormige blaadjes met een gladde rand. De kleine rode of violette bloemen groeien met 4 of 5 stuks in tot 4 centimeter lange pluimen aan dikke takken voordat het blad gaat uitlopen.
De steenvrucht van de rode mombinpruim is elliptisch of eivormig, tot 3,5 x 4,5 centimeter groot en 20 tot 30 gram zwaar. De gladde, glanzende, dunne schil rijpt via geel en oranje naar rood en violet. Het sappige, melige, iets vezelige, zachte vruchtvlees is geel tot oranje van kleur tot 8 millimeter dik, zoet of zuur-aromatisch van smaak.

Nectarine

De nectarine of nectarijn is een mutant van de perzik (Prunus persica) met een gladde en glanzende schil. Behoudens de schil bestaat er geen wezenlijk verschil tussen perziken en nectarines. Een nectarine is dus geen kruising tussen een perzik en een pruim zoals soms wordt verondersteld.
Qua groeiwijze, teelteigenschappen en vatbaarheid voor ziekten en plagen komt de nectarine overeen met de perzik. Ook bij de nectarine bestaan er rassen met wit vruchtvlees of met geel vruchtvlees. De vruchten van de meeste nectarinerassen zijn iets kleiner dan die van veel perzikrassen.

De gladschilligheid kan als mutatie ontstaan waardoor het soms kan gebeuren dat aan een perzikboom plotseling een tak met gladde vruchten groeit (en omgekeerd).
 
Teelt
De nectarine wordt botanisch beschouwd als een aparte perzikvorm, een kruising tussen perzik en abrikoos. Nectarine zijn net als perziken en abrikozen zelfbestuivend dus kunnen alleen bestaan. De planten bloeien alleen op eenjarige hout. De boom moet daarom elk jaar teuggesnoeid worden, hierdoor krijgen nieuwe scheuten een kans. Aan de ongeveer 50 cm lange scheuten zitten de bloem- en bladknoppen met drie bij elkaar, dit zijn de vruchtdragende takken.

Consumptie
Nectarine is goed uit het vuistje te eten. Als u ze wilt verwerken kunt u ze schillen en in blokjes of reepjes snijden.
 
Bewaren/bewerken
De schil van een rijpe nectarine is gemakkelijk te verwijderen met een scherp mes. Halveer de vrucht door hem rondom in te snijden, verwijder de pit en snij de vrucht in blokjes of partjes.
Wanneer nectarines met schil worden gegeten dient u de vruchten eerst goed wassen. Nectarines zijn op een koele plaats enkele dagen houdbaar. Echte koude vermijden (dus niet in de koelkast bewaren!). Kou heeft een negatieve uitwerking op de vrucht.

De nectarine moet erg voorzichtig worden behandeld, een zachte plek en de nectarine zal verrotten.

Voedingsstoffen
Voedingswaarde per 100gr:
Energie: 129 KJ, 30 kcal
Eiwit: 1.0 g
IJzer: 0.2 mg
Koolhydraten: 6.5 g
Natrium: 1 mg
Calcium: 5 mg
Vet: 0.1 g
Vezels: 1.1 g
Vitamine C: 1 mg

Natalpruim

De Natal-pruim is de vrucht van een groenblijvende, klimmende, tot vijf meter hoge struik. Alle plantendelen bevatten een kleverig melksap. De takken zijn bezet met tot vijf centimeter lange, vertakte doornen. De bladeren zijn tegenoverstaand, ovaal, 3 tot 7 centimeter lang, donkergroen, leerachtig en glanzend aan de bovenzijde.
De bloemen hebben een lange bloembuis en zijn erg geurend. Ze staan solitair in de bladoksels. De kroonbladeren zijn langwerpig en wit of roze van kleur.
De vruchten zijn rond tot eivormig en rozerood van kleur. Het vruchtvlees is dieprood van kleur, sappig en smaakt aardbeiachtig.

Consumptie
De vruchten kunnen als handfruit worden gegeten of verwerkt worden in compotes en vruchtensalades. Het sap van de Natal-pruim vormt een smaakvolle frisdrank.

Kers

De kers is een populaire vrucht: ze is klein, bolvormig en bevat meestal een pit.

Over de geschiedenis van de kers is vrijwel niets bekend. Kersen worden verdeeld in twee verschillende botanische soorten, namelijk de zoete kers (Prunus avium) en de zure kers (Prunus cerasus). De zoete kers is genetisch diploïd. De zure kers is genetisch tetraploïd. Beide soorten stammen waarschijnlijk uit Zuid-oost Europa en West-Azië. Helemaal vast staat deze herkomst zeker niet.

De zoete kers wordt voornamelijk vers geconsumeerd en de zure kers wordt voor de industriële verwerking gebruikt.
 
Teelt
Vroeger werd de kers in vrij grote hoeveelheden ook in noordelijker streken geteeld. Onder andere ook in Nederland in de Betuwe. Deze noordelijke teelt is na de Tweede Wereldoorlog sterk afgenomen. De zeer groot wordende bomen en de daarmee samenhangende arbeidsintensiviteit (oogstwerkzaamheden en bescherming tegen vogels) was daarvan de belangrijkste oorzaak. Sinds de jaren '90 is de teelt echter weer in opkomst als gevolg van de komst van nieuwe grootvruchtige rassen en vooral omdat de omvang van de bomen door het gebruik van nieuwe zwakker groeiende onderstammen beter in toom kan worden gehouden. Daardoor komen de bomen eerder in productie, wordt het oogsten minder arbeidsintensief en is het eenvoudiger om vogelwerende netten aan te brengen.
 
Consumptie
Kersen worden veelal rauw uit het vuistje gegeten. Men kan er echter ook sap of jam van maken. Probeer er eventueel eens snoepjes van te maken. Droog de niet ontpitte kersen in een warme oven van 60 graden (laat de ovendeur op een kier staan) en laat ze verschrompelen tot een soort rozijnen.
 
Bewaren/bewerken
Bewaar de kersen op een koele plaats, eventueel in de groentela van de koelkast. Zorg ervoor dat de kersen gespreid worden op een schotel om kneuzingen te voorkomen.

Spoel de kersen voorzichtig en haal pas nadien de steeltjes eraf, zo blijft hun aroma behouden. Laat de gespoelde kersen in een vergiet uitlekken.
 
Voedingsstoffen
Voedingswaarde per 100 g:
Energie: 179 kJ, 42 kcal
Voedingsvezels: 1,2 g
Koolhydraten: 10 mg
Eiwitten: 0,5 g
Vitamine C: 10 mg

Jujube

De jujube is de vrucht van twee nauw verwante, zeer sterk op elkaar gelijkende soorten uit de Rhamnaceae, de Indiase jujube (Ziziphus mauritiana) en de Chinese jujube (Zyzyphus jujuba). De jujube is een groenblijvende of in droge perioden bladverliezende, tot 15 meter hoge struik of boom. De hangende takken van de jujube zijn met een donzige beharing bezet en ze groeien zigzaggend tussen de opeenvolgende bladeren. De verspreide, alternerend geplaatste, 4 -5 x 6 - 9 cm grote bladeren zijn rond tot ovaal, gaafrandig of met een lichte zaagrand en van boven donkergroen en glanzend.
De jujube draagt steenvruchten die in vorm en grootte sterk variëren. Ze zijn rond tot peervormig, onrijp groen, volrijp bruin- tot goudgeel of rossig tot bijna zwart, dikwijls met bruine vlekken. Ze worden tot 4 x 6 cm groot, wilde vormen worden echter slechts zo'n 2,5 cm groot. De schil van de jujube is glad of ruw, glanzend, stevig en zo'n 1 mm dik. Het wittige vruchtvlees is matig sappig, in rijpe toestand pappig. Het ruikt fruitig en smaakt zoet naar peren.

Op de jujubebomen leven lak-schildluizen (Coccus lacca) die verzameld worden en waarvan schellak wordt gemaakt.
 
Teelt
Jujube's bloeien op warme en zonnige plaatsen. Voldoende warmte en zon is van groot belang, de bomen mogen niet in de schaduw worden geplant. De jujube tolereert veel soorten bodems, maar de voorkeur gaat uit naar een zandige, goed gedraineerde bodem. Voortplanting vindt plaats door enten of stekken. Als de vrucht groen geplukt wordt zal deze niet rijpen.
 
Consumptie
Vers geoogste en gedroogde vruchten worden vaak gegeten als snack of in thee. Zwarte jujube's worden gekookt. In China, Korea en Taiwan is thee met jujube verkrijgbaar in glazen potten. Ook wordt jujube sap en jujube azijn geproduceerd. In China wordt een wijn van jujube's gemaakt, genaamd hong zao jiu.
 
Bewaren/bewerken
Rijpe vruchten worden ongeveer een week op kamertemperatuur bewaard.
 
Voedingsstoffen
Voedingswaarde jujube per 100 gram:
Energie: 79 kcal, 331 kJ
Koolhydraten: 73.3 g
Vet: 1.7 g
Eiwit: 4 g
Water: 77.9 g
Vitamine C: 69 mg
Nicotinezuur (vitamine B3): 0.9 mg
Vitamine B6: 0.1 mg
Calcium: 21 mg
IJzer: 0.5 mg
Magnesium: 10 mg
Fosfor: 23 mg
Kalium: 250 mg
Natrium: 3 mg
Zink: 0.1 mg
Koper: 0.1 mg
Mangaan: 0.1 mg

Ikakopruim

De ikakopruim is de vrucht van een groenblijvende struik (1 tot 3 meter) of ruige boom ( 2 tot 6 meter, zelden tot 10 meter) die voorkomt in de buurt van zeestranden en inlands in geheel tropisch Amerika en de Cariben, inclusief het zuiden van Florida. De plant heeft breed-ovale tot bijna ronde, leerachtige bladeren (3 tot 10 centimeter lang en 2,5 tot 7 centimeter breed). Het blad is groen tot lichtrood gekleurd. De schors is grijzig of roodbruin met witte spikkels. De kleine witte bloemen verschijnen in clusters in de lente.

In de late zomer draagt de plant zijn vruchten in trossen. De vruchten van de kustvorm zijn rond en 5 centimer in diameter, bleekgeel met een roze blos of donkerpaars van kleur. De inlandse vorm heeft ovale, tot 2,5 centimeter grote vruchten met een donkerpaarse kleur. De vruchten bevatten een dikke pit.
De boom is niet in staat om strenge vorst te overleven. De kustvorm is echter wel zeer tolerant voor zeezout waardoor deze plant vaak wordt aangeplant om de randen van het strand te stabiliseren om zo erosie te voorkomen. Ook wordt deze plant als sierplant aangeplant. De vruchten zijn eetbaar en worden gebruikt voor de productie van jam, compote, gebakvulling en sap.
 
Teelt
De ikakopruim groet is bossige gebieden. Voortplanting vindt plaats door middel van zaden. De boom of struik is niet bestand tegen vorst.

Gele mombinpruim

De gele mombinpruim is de vrucht van eenhuizige 20-30 meter hoge boom uit de pruikenboomfamilie, die in droge tijden zijn blad verliest. De stam is tot 60-75 centimeter dik en heeft diepe groeven.
De vruchten groeien in hangende, tot 50 centimeter lange trossen. De vruchten zijn goudgele, ovale, tot 4 x 3 centimeter grote steenvruchten. De schil is dun, stevig, glad en glanzend. Het vruchtvlees is volrijp zeer sappig, glazig oranje, tot 5 mm dik en heeft een aangename zoetzure smaak die aan pruimen doet denken. De enige pit is eivormig, crèmewit, houtig, in de lengte gerimpeld en tot 2,5 x 1,7 centimeter groot.
 
Consumptie
De vruchten kunnen volrijp als handfruit worden genuttigd of met suiker worden ingekookt en tot gelei, marmelade en jam worden verwerkt. De kernen van de pitten zijn ook eetbaar. Van het sap kunnen sappen en frisdranken worden gemaakt. In Mexico worden onrijpe gele mombinpruimen met zout en chilipepers ingelegd. In Venezuela en Guatemala wordt van de vruchten een zwak alcoholische, met cider vergelijkbare drank bereid.
In Brazilië wordt er een vruchtenwijn ("Vinho de Taperiba") van bereid. In sommige streken worden varkens en rundvee met de vruchten gevoerd. De jonge bladeren kunnen als groente worden gegeten en een bladaftreksel wordt gebruikt tegen ontstekingen, buikpijn en diarree.

Het relatief lichte hout wordt gebruikt in de bouw en voor de fabricage van lucifers en meubels.

Druif

De druif is de vrucht van de wijnstok.

Teelt
De druif wordt gekweekt met meerdere doeleinden: als fruit, om te eten als versnapering, als basis voor het maken van wijn en voor de productie van rozijnen.

Om als fruit geteeld te worden is het noodzakelijk dat de vruchten groot en sappig zijn en vooral een zoete smaak hebben. Er zijn tientallen variëteiten die voor het eten van de vruchten in aanmerking komen. Hiervoor worden zowel witte als blauwe druiven gekweekt.

De trossen moeten reeds vroeg in hun ontwikkeling geselecteerd worden op basis van hun standplaats en hun omvang. Een van de belangrijkste bewerkingen om mooie, volle trossen te ontwikkelen is het krenten van de druiven. Deze behandeling bestaat erin genadeloos alle overtollige druiven uit de tros weg te knippen met een speciaal daarvoor ontwikkeld, scherpgepunt schaartje waarmee men de niet bevruchte en de slecht geplaatste druifjes elimineert. Doet men dit niet dan krijgt men enerzijds vruchten die te klein blijven en die anderzijds zeer onregelmatig kleuren. Het is van het grootste belang dat de druiven gelijkmatig en gelijktijdig afrijpen zodat de pluk in één keer kan gebeuren.

Consumptie
Verse druiven haalt u voor gebruik uit de koelkast om ze op kamertemperatuur te laten komen. Onbespoten druiven kunt u zo eten. Druiven die wel bespoten zijn moet u zorgvuldig wassen met stromend water. Was enkel de druiven die u onmiddellijk verbruikt.

Als u druiven wenst te schillen, dompelt u ze enkele seconden onder in kokend water en laat u ze vervolgens schrikken onder de koude kraan. De schil zal nu makkelijk te verwijderen zijn met een scherpe mespunt. Om druiven te ontpitten, gebruikt u het best een grote naald.

Verse druiven zijn heerlijk in combinatie met ontbijtgranen, bij het aperitief, in een fruitslaatje of bij een kaasschotel. Maar ook in slaatjes en allerlei sausen die u serveert met vlees, vis en gevogelte komen druiven goed tot hun recht.

Bewaren/bewerken
De beste periode om druiven te kopen loopt van eind augustus tot eind oktober. Druiven moeten bij aankoop volledig ongeschonden zijn. De aanwezigheid van een donslaagje dat typisch is voor de Belgische druiven, wijst erop dat de druiven niet bespoten zijn. Deze druiven hoeft u ook niet te wassen.

Druiven zijn erg kwetsbaar. Neem ze dus steeds bij de steel en raak de vruchten zelf zo weinig mogelijk aan.

U bewaart druiven het best in de koelkast. Gewikkeld in geperforeerd papier zijn ze tot 5 dagen houdbaar. Druiven kunnen ook in de diepvries worden bewaard om ze later in warme bereidingen te gebruiken.
 
Voedingsstoffen
Voedingswaarde per 100 gram druiven:
Energie: 297 kJ / 71 kcal
Water: 81,0 g
Druivensuiker: 15 - 20 g
Vet: 0,58 g
Kalium: 192 mg
Vitamine C: 4 - 10 mg
Fosfor: 20 mg
Calcium: 18 mg
Magnesium: 7 mg

Cainito

De cainito of sterappel (niet te verwarren met het gelijknamige appelras) is de vrucht van een 8 tot 30 meter hoge, groenblijvende boom met een korte brede stam en bruin behaarde takken.

De vruchten zijn rond of ovaal en tot 10 centimeter groot. De buitenschil is dun, glad en glanzend en afhankelijk van het ras groen of roodpaars, donkerpaars tot violetbruin van kleur. De binnenschil is dik, taai en vlezig en bevat bittere, witte latex (melksap). Bij paarse rassen is de binnenschil 6 tot 13 millimeter dik en donkerviolet en bij groene rassen is deze 3 tot 5 millimeter dik en groenwittig. Onder de binnenschil ligt een laag sappig, witglazig vruchtvlees met een zoete doch flauwe smaak bij paarse rassen en met een zuurdere maar aromatischere smaak bij groene rassen. Onder dit vruchtvlees liggen tot elf glanzende, donkerbruine zaden. Op een doorsnede van de vrucht vormen deze zaden een sterpatroon.

Consumptie
De vrucht kan gehalveerd en uitgelepeld worden of worden verwerkt in gerechten en sappen. De schil is oneetbaar en het melksap uit de schil mag bij het opensnijden van de cainito niet op het vruchtvlees terechtkomen.

Bauno

De bauno of binjai is een weinig bekende verwant van de mango (Mangifera indica) en is de vrucht van een tot 40 meter hoge, groenblijvende boom. De bladeren zijn afwisselend geplaatst, 10 tot 30 centimeter lang en tot 8 centimeter breed. De bladeren staan vaak dicht opeen aan het einde van de twijgen.


De vruchten zijn langwerpige, eivormige, geel of licht bruin gekleurde steenvruchten. Het sappige, zacht vruchtvlees is wit van kleur en smaakt zoetig en fruitig. In tegenstelling tot de mango is het vruchtvlees niet vezelig.

Consumptie

De vruchten kunnen als handfruit worden gegeten of tot frisdranken worden verwerkt. De vruchten kunnen ook zoetzuur worden ingelegd. Onrijpe vruchten zijn niet geschikt voor consumptie omdat ze de slijmvliezen irriteren.

Aprium

De Aprium is net als de Pluot en de Plumcot een soortkruising tussen abrikoos (Prunus armeniaca) en Japanse pruim (Prunus salicina). De naam is een samentrekking van de Engelse namen voor abrikoos (apricot) en pruim (plum).

De Aprium is een complexe soortkruising waarbij meer dan 50% van het erfelijke materiaal afkomstig is van de abrikoos. Daardoor lijkt de Aprium qua uiterlijk meer op abrikoos dan op pruim.

De Aprium is ontwikkeld door het kwekersbedrijf Zaiger's Genetics uit Modesto (Californië). De naam is door Zaiger's Genetics als geregistreerd handelsmerk vastgelegd.

De vruchten van de Aprium staan bekend om het hoge suikergehalte en de complexe, intense smaak.

Teelt
Net als de abrikoos en de Japanse pruim bloeien Aprium-bomen erg vroeg in het seizoen waardoor er onder Nederlandse omstandigheden grote kans bestaat op schade door nachtvorst. Plantgoed voor Aprium-bomen is in Nederland overigens niet (of zeer moeilijk) verkrijgbaar.

Abrikoos

De abrikoos is een zeer oude fruitsoort, afkomstig uit China. Daar werd de abrikozenboom zo'n vier à vijfduizend jaar geleden voor het eerst verbouwd. In Europa gedijt de boom vooral goed in het gebied rond de Middellandse zee. Vanaf juni kunnen de abrikoosjes worden geoogst. Slechts een klein deel van de oogst is bestemd voor de versmarkt. Het gros wordt industrieel ontpit en gedroogd.

Gedroogde abrikoos is in Noord-Europa erg populair (het is bijvoorbeeld een vast bestanddeel van studentenhaver en van 'tutti frutti'). Ook de pitten worden gebruikt. Omwille van hun amandelachtige smaak zijn ze vaak gebruikt in de verwerkende industrie. Eerst wordt het giftige blauwzuur aan de pitten onttrokken, daarna worden ze gemalen en verwerkt in marsepein en banketbakkersspijs.

Abrikozen zijn heerlijk frisse en zoete zomervruchten. Abrikozen hebben een warm klimaat nodig en daarom worden ze ingevoerd. Een abrikoos heeft een geel-oranjeachtige schil die zacht en donzig voelt. Abrikozen zijn steenvruchten en bevatten dus een stevige pit.

Teelt
De abrikoos bloeit heel vroeg in het seizoen. In Nederland al in maart, waardoor er een grote kans bestaat op bevriezen van de bloemknoppen, de bloemen en/of de vruchtbeginselen. Ook bestaat er dan een grotere kans op slecht weer tijdens de bloei, waardoor bestuivende insecten niet altijd actief zijn en de bestuiving te wensen over kan laten. Door de genoemde omstandigheden draagt een abrikozenboom in Nederland slechts af en toe vruchten. Vanwege deze geringe oogstzekerheid worden abrikozen in Nederland niet commercieel geteeld.

Kunstmatige bescherming tegen nachtvorst kan de vruchtzetting verbeteren. Ook is de standplaats van belang. Een beschutte standplaats tegen een zuidmuur geeft een grotere kans op succes. Ook kan een abrikozenboom in de kas worden geplant. De meestal alleenstaande kleine bloemen hebben witte tot roodachtige bloemblaadjes. In Nederland rijpen de vruchten onder glas in juli en bij de buitenteelt in augustus. Bij vroegrijpende of laatrijpende rassen kan dit iets vroeger of later zijn.

De vrucht heeft een fluweelzachte huid en een gladde steen. Bij de meeste rassen ligt de steen los in het vruchtvlees. Veel rassen zijn in meer of mindere mate zelfbestuivend (zelffertiel) maar door het aanplanten van verschillende rassen kan de vruchtzetting verbeteren.

Op eigen wortel kan de boom wel 10 meter hoog worden. Een dergelijke groeikracht is ongewenst. Daarom wordt de abrikozenboom meestal geënt op een onderstam. Belangrijk bij de keuze van de onderstam is de groeikracht die de onderstam geeft aan de boom. Bij een zwak groeiende onderstam komen er in een jonger stadium al vruchten aan de boom en blijft de boom uiteindelijk kleiner. Dit is interessant voor particulieren met een kleine tuin en voor commerciële beplantingen (in het buitenland).

Sterk tot zeer sterk groeiende onderstammen zijn Myrobalan B en Brompton. Deze zijn daarom met name geschikt voor hoogstambomen.
Een matig sterke tot tamelijk sterke onderstam is de pruimenonderstam St. Julien-A. Dit is in Nederland op dit moment de meest gangbare onderstam voor abrikozen. Ook op deze onderstam worden de bomen echter vrij groot.

Een nieuwere zwak groeiende onderstam is Pumi-Selekt (een virusvrije selectie uit de soort Prunus pumila), welke met name in Duitsland in opkomst is. Pumi-Selekt is ook geschikt als onderstam voor perziken en nectarines, doch in verband met onverenigbaarheid niet voor pruimen.
Door snoei kan een struik, een boom of een leiboom verkregen worden.

Consumptie
Abrikozen kunnen zowel met als zonder vel gegeten worden. U kan ze verwerken in frisse fruit- of andere slaatjes, voor de bereiding van confituur, gebak of gebruiken voor vlees- of gevogeltegerechten. Bij een rijpe abrikoos kan u het vruchtvlees eenvoudig van de pit verwijderen. De pit wordt vaak nog verder industrieel verwerkt en gebruikt ter vervanging (of aanvulling) van amandelen in bepaalde gerechten of gebak.
 
Bewaren/bewerken
Koop zachte abrikozen en vermijd abrikozen met plekjes of onregelmatigheden. Abrikozen zijn heel kwetsbaar en moeten dan ook voorzichtig worden behandeld. Verse abrikozen zijn beschikbaar vanaf juni, maar ze zijn ook beschikbaar in gedroogde vorm.

Bewaar onrijpe abrikozen die nog erg hard aanvoelen op kamertemperatuur. Verse abrikozen bewaart u in de koelkast.

Voedingsstoffen
Voedingswaarden per 100 gram:
Energie: 48 kcal, 201 kJ
Vezels: 2.4 g
Koolhydraten: 11.12 g
Vet : 0.39 g
Eiwit : 1.40 g
Water: 86.35 g
Vitamine C: 36 kcal
IJzer: ruim aanwezig

Aardkers

De aardkers is een eenjarige plant die vertakt en kruipend is en oorspronkelijk afkomstig is uit Mexico en Amerika. Stilaan krijgt deze plant zijn plaatsje terug in de moestuin. Hij groeit tot 1.8 meter hoog. De bladeren zijn ovaal en aan de randen vaak gegolfd. De plant is ook perfect eetbaar. Als de bes rijp is kan deze verschillende kleuren hebben: groen, geel, roodachtig, blauw of violet. Het vruchtvlees bevat een zurige of zoete smaak. Door de mooie lampionnetjes wordt de aardkers ook wel als sierplant beschouwd.

Teelt
Het vermeerderen van de aardkers vindt plaats door middel van zaaien of stekken. Het zaaien begint in april of mei. Vervolgens zullen de plantjes gaan verspenen. Het oogsten vindt vanaf eind augustus plaats en dat loopt tot eind oktober, begin november door. Dat gebeurt wanneer het lampionnetje opengaat en de bes gaat kleuren.
 
Consumptie
De aardkers kan als een fruit dessert geserveerd worden. In Mexico wordt de fruit meestal gemaakt in een saus (salsa verde), vlees of met chilipepers. Ook kan men de aardkers stoven, bakken, frituren, koken en worden toegevoegd in soep, salade en marmelade.
 
Bewaren/bewerken
Ongeveer 3 tot 4 dagen bewaren op een koele plek buiten de koelkast.

Voedingsstoffen
Voedingswaarde aardkers per 100 gram:
Eiwit: 0.171 - 0.7 g
Vet: 0.6 g
Koolhydraten: 5.8 g
Vocht: 90.4 - 91.7 g
Calcium: 6.3 - 10.9 mg
Magnesium: 23 mg
Fosfor: 21.9 - 40 mg
IJzer: 0.57 - 1.4 mg
Natrium: 0.4 mg
Kalium: 243 mg
Koper: 0.09 mg
Zwavel: 27 mg
Chloride: 14 mg
Caroteen (vitamine A): 0.061 - 0.074 mg
Thiamine (vitamine B1): 0.054 - 0.106 mg
Riboflavine (vitamine B2): 0.023 - 0.057 mg
Nicotinezuur (vitamine B3): 2.1 - 2.7 mg
Ascorbinezuur (vitamine A): 2 - 4.8 mg

Citroen

Een citroen is een gele citrusvrucht met een zure smaak die veroorzaakt wordt door het aanwezige citroenzuur dat ook in veel andere citrusvruchten voorkomt. Ook de limoen (Citrus aurantifolia) heeft een zure smaak.

Citroen bevat veel vitamine C en wordt in kleine hoeveelheden in veel gerechten gebruikt als smaakmaker, maar ook in gebak zoals cake. Daarvoor is ook geraspte citroenschil goed bruikbaar.

Uit de schil van de citroen wordt door persing of stoomdestillatie een etherische olie bereid die veel gebruikt wordt in parfum, waaronder eau de cologne, andere cosmetica en in limonades en snoepgoed.

Teelt
Citroenen groeien het beste in gebieden met tropische of subtropische omstandigheden. De productie vindt vooral plaats in subtropische gebieden, omdat de vochtige omstandigheden in tropische gebieden te veel ziektes bij de boom en vrucht veroorzaken.

De citroen wordt bij voorkeur gekweekt in pot, zodat men 's zomers kan genieten van de mooie bloemen en opvallende vruchten. 's Winters wordt de vrucht gekweekt in een kas of op een andere lichte plaats bij een temperatuur van 5 tot 10 graden. Aangezien de plant ook hier erg gevoelig is voor vochtige omstandigheden is het aan te raden om de relatieve luchtvochtigheid in de overwinteringsruimte bij voorkeur tussen de 50 en 70% te houden.

De oogstperiode is in de herfst en winter. De rest van het jaar worden er kleine hoeveelheden geoogst.

Consumptie
Citroenen bevatten heel veel sap dat onder meer gebruikt kan worden voor de bereiding dranken, sauzen of om het verkleuren van groenten en fruit tegen te gaan. De citroenschil wordt vaak geraspt en verwerkt in gerechten.

Bewaren/bewerken
Citroenen kan u wekenlang bewaren in het groentevak van uw koelkast, zonder dat ze haar sappigheid verliest. Wanneer u een reeds versneden citroen wilt bewaren, legt u deze met het snijvlak naar boven, zonder verpakking. De citroen vormt zelf een laagje dat uitdrogen voorkomt.

Voedingsstoffen
De voedingswaarden van 100 gram verse citroen zonder schil is:
Energie: 29 kcal, 121 KJ
Vezels: 2,8 g
Koolhydraten 9,32 g
Vet: 0,30 g
Eiwit: 1,10g
Water: 88,98g
Calcium: 26mg
IJzer 0,60 mg
Magnesium: 8mg
Vitamine C 53,0 mg

De voedingswaarden van 100g citroenschil:
Energie: 47 kcal, 197 kJ
Vezels: 10,6 g
Koolhydraten: 16g
Vet: 0,30g
Eiwit: 1,50 g
Water 81,60 g
Calcium 134mg
IJzer: 0,80 mg
Magnesium: 15 mg
Vitamine C: 129 mg

Grapefruit

De grapefruit lijkt veel op de pompelmoes en is een sub-tropische citrusvrucht. De grapefruit is ontstaan uit een kruising van de pompelmoes met de sinaasappel. De tegenwoordige grapefruitrassen lijken steeds meer op de pompelmoes.

De grapefruitboom wordt meestal 5 tot 6 meter hoog, maar kan soms ook een hoogte tot 15 meter bereiken. De bladeren zijn dun en donkergroen en worden tot 15 cm lang. De bloemen zijn wit. De vrucht heeft een gele schil en heeft een diameter van 10 tot 15 cm. Het vruchtvlees is een gele of roze in segmenten verdeelde pulp.

Tot het einde van de 19e eeuw werd de grapefruit voornamelijk als decoratieve plant gecultiveerd. Pas daarna raakte ook het eten van de vrucht in zwang.

Teelt
De pomelo wordt geteeld op verschillende bodemtypes. In Suriname wordt grapefruit geteeld op klei. De vruchten kunnen tot het einde van mei worden geoogst. Kiemkracht kan worden afgestopt voor een periode tot 11 weken bij een opslag van 10 ºC.

Vroeger werden grapefruits geoogst door in bomen te klimmen of met behulp van plukhaken die vaak de vrucht beschadigden. Tegenwoordig worden de vruchten op de lage takken geplukt met de hand. Voor de hogere takken wordt een ladder gebruikt. In 1972 werd er begonnen met machines. De vruchten zijn vroeg in het seizoen rijp, maar nog niet volledig gekleurd.

Deze informatie geldt voor pomelo en pompelmoes.

Consumptie
Grapefruits zijn niet alleen geschikt om als snack tussendoor te eten, bij het ontbijt te nemen of om uit te persen als een sapje. Tegenwoordig worden ze steeds vaker gebruikt voor heerlijke smoothies, maaltijden en zalige desserts. Volgens vele topkoks is dit gezonde stuk fruit heel goed te gebruiken als extra 'bite' bij verschillende gerechten. Je kunt grapefruits het beste combineren met zacht-zoete en frisse gerechten.

Bewaren/bewerken
Bewaartijd is twee tot drie maanden.

Voedingsstoffen
Hoewel het grootste gedeelte van de grapefruit uit water bestaat, is het zeker de moeite waard deze vrucht te eten. Water is namelijk belangrijk als transportmiddel van voedingsstoffen en stofwisselingsproducten in het lichaam en water is betrokken bij de regeling van de lichaamstemperatuur. Daarnaast bevat grapefruit voedingsvezel, dat van belang is voor het goed functioneren van de darmen. Ook biedt grapefruit, net als andere fruitsoorten, vitamines en mineralen. Met name vitamine C en kalium komen in overvloed in grapefruit voor.

Voedingswaarde per 100 gram grapefruit:
Energie: 30kcal
Eiwit: 1g
Vet: 0g
Koolhydraten: 7g
Vezels: 1g
Water: 90g
Vitamine c: 40mg
Kalium: 165mg

Voedingswaarde per 100 gram grapefruitsap:
Energie: 32kcal
Eiwit: 0g
Vet: 0g
Koolhydraten: 7g
Vezels: 0g
Water: 91g
Vitamine C: 26mg
Kalium: 137mg

Clementine

Clementine met als officiële naam Clementine SRA63 is een ras van (Citrus reticulata syn. Citrus clementina) en is een citrusvrucht die haar naam zou ontlenen aan pater Pierre Clément. Deze Franse missionair zou in 1902 in Algerije een nieuwe citrussoort hebben gecreëerd door een mandarijnboom te kruisen met een pomeransboom (een pomerans is een bittere sinaasappel). Dit klopt echter niet met de genetische samenstelling van de Clementine. Het is aannemelijker dat de Clementine, net als andere mandarijnrassen, afkomstig is uit China.

Teelt
Zie teelt van de mandarijn.
 
Consumptie
Zie consumptie van de mandarijn.
 
Bewaren/bewerken
Zie bewaren/bewerken van de mandarijn.
 
Voedingsstoffen
Voedingswaarde per 100 gram rauwe clementine:
Energie: 197 kJ, 47 kcal
Koolhydraten: 42.9 g
Vet: 1.3 g
Eiwit: 2.9 g
Water: 86.6 g
Vitamine B6: 0.1 mg
Vitamine C: 48.8 mg
Vitamine E: 0.2 mg
Calcium: 30 mg
IJzer: 0.1 mg
Magnesium: 10 mg
Fosfor: 21 mg
Kalium: 177 mg
Natrium: 1 mg
Zink: 0.1 mg

Bergamot

Bergamot is een kleine, peervormige en zure citrusvrucht, die groeit aan een boom die circa 4 meter hoog kan worden.

Op basis van genetisch onderzoek denkt men dat de Bergamot een kruising is tussen Citrus limetta (een soort citroen) en Citrus aurantium (een zure sinaasappel). Onbekend is of het een spontane, natuurlijke kruising betreft. De Citrus aurantium komt van oorsprong voor in zuidelijk Vietnam.

De etherische olie die uit de bergamot wordt gewonnen is erg belangrijk voor de parfumindustrie, veel parfums bevatten deze olie. Het is een hoofdbestanddeel van eau de cologne en Fougère parfums.

Er bestaat ook een Bergamotkruid (Monarda fistulosa), dit is een plant uit de munt-familie, die in de VS voorkomt. Deze plant is genoemd naar de citrusvrucht vanwege de gelijkaardige geur.

Teelt
De monarda is een synoniem voor bergmotplant. Planten die geteeld worden voor geneeskrachtige doeleinden vragen enige precisie omtrent bodemvereisten. Alle monarda's hebben een matig vochtige en vruchtbare bodem nodig, die veel organische stof of humus bevat. Een goed vochthoudend vermogen is cruciaal. Droogte maakt de plant extra gevoelig voor ziektes. De planten houden van volle zon of halfschaduw. Te veel schaduw verkort de duur van de bloei (normaal ongeveer acht weken).

Voor de teelt van monardas kan men zaad als uitgangsmateriaal nemen, maar dit geeft geen garantie voor soortechtheid. Monarda kan vanaf maart gezaaid worden onder koud glas. Een gram zaad bevat ongeveer 900 zaden. De zaden kiemen in 2 à 3 weken. De teelt van de bergmotplant vraagt een vruchtbare bodem met tamelijk veel organische stof.

De planten worden geoogst van juni tot september, meestal twee of drie oogstbeurten. Meestal wordt er geoogst op warme dagen, 's ochtends of vroeg in de middag. De zon moet alle vocht verdreven hebben en de dauw moet verdampt zijn, een paar dagen nadet het heeft geregend zodat het zand en het stof er afgespoeld is.

Consumptie
Bij een normale huid: vijftien druppels bergamot mengen met twee druppels lavendel en twee druppels petitgrain met 45 ml. jojoba en 5 ml. tarwekiem olie. Behandel hiermee de gezichtshuid twee keer per dag.

Bij vermoeidheid: drie druppels bergamot mengen met drie druppels Ylang-ylang in een eetlepel basis olie en daarmee het lichaam masseren.

Bewaren/bewerken

Kruiden laat men beter niet liggen als ze droog zijn want dan kunnen ze terug vocht uit de lucht opzuigen na het droogproces. De bladeren worden bij voorkeur in hun geheel bewaard en pas vòòr het eigenlijke gebruik fijngewreven. Hierdoor gaat veel minder aroma verloren.

De kruiden worden zodanig opgeslagen zodat er nog een klein beetje lucht in de recipiënt aanwezig is. Let op: de repiciënt moet evenwel goed afgesloten zijn om te vermijden dat vochtigheid binnendringt.

Op lange termijn wordt de drogerij bewaard in bruine papieren zakken. De lucht wordt eruitgeperst en de zakken worden dichtgekleefd met plakband. Vervolgens moeten ze nog in een plastic zak worden gedaan. Op korte termijn kan de drogerije in de keuken worden bewaard, het liefst in donkergekleurde glazen potten of in ongekleurde glazen potten in een donkere kast.

Voedingsstoffen
Aanwezige stoffen: Etherische oliën, flavonoïden (o.a. neohesperidin, naringine, neohesperidose, rutin, eriocitrin, hesperidin, rutinose), disaccharids, rhamnose. Carotenoïden zorgen voor de oranje kleur.