zondag 25 april 2010

Japanse wijnbes

De Japanse wijnbes behoort evenals de braam en de framboos tot het geslacht Rubus en komt van nature voor in Korea, Japan en China. Tot het geslacht Rubus behoren meer dan 600 soorten.

De plant is een makkelijk groeiende struik waarvan de stengels tot 3 meter lang kunnen worden. De bladeren zijn aan de bovenzijde lichtgroen en aan de onderzijde grijs. Aan de stengels en de bladstelen zitten naast zeer veel roodbruine klierhaartjes ook stekels, die bij aanraking in de huid achter kunnen blijven. De twijgen zijn lichtgroen, maar kleuren later mooi rood.

Teelt
Op vrijwel alle grondsoorten groeit de wijnbes maar groeit het beste op humeuze en kalkrijke gronden. In de winter worden de afgedragen stengels verwijderd. In het vroege voorjaar worden de nieuwe stengels aangebonden en tot 1.80 meter teruggesnoeid. Er worden 8 tot 10 stengels per meter aangehouden, de rest van de stengels wordt weggesnoeid.

Consumptie
Van de Japanse wijnbes worden alleen de vruchten gebruikt. De vruchten hebben een wat flauwe, frisse, zoetzure smaak, zijn donkerrood gekleurd en voelen wat kleverig aan. Hoe donkerder de kleur des te meer smaak ze krijgen. Ze kunnen alleen of vermengd met yoghurt of vla gegeten worden. Gelei van Japanse wijnbessen blijft vloeibaar en is zeer geschikt als vruchtensiroop over toetjes. De vruchten kunnen worden ingevroren voor later in compôtes en bowl. Ook kan er jam van gemaakt worden, maar de smaak is flauw. Daarom is het aan te bevelen om rode bessen voor de smaak toe te voegen

Bewaren/bewerken
Na de oogst moet de Japanse wijnbes enige tijd in de koelkast bewaard worden.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen