dinsdag 13 april 2010

Pronkboon

Pronkbonen is een snijbonensoort, grover dan de snij- en spekbonen. De schil is iets ruw, met op de buik- en de rugnaad, vorming van een draad. In een ouder stadium bevat de peulwand een perkamentachtig vlies dat niet gaar kookt. De zaden zijn wit of rood.
De plant komt oorspronkelijk uit de berggebieden van Centraal-Amerika en Mexico en werd in de 17e eeuw naar Europa gebracht. De bloem is trosvormig en de bloei vindt plaats van juni tot eind september. De plant is weinig vatbaar voor ziekten en heeft weinig last van ruwe weersomstandigheden. Doordat de plant niet snel kapot waait wordt hij vanouds als windkering om snijbonen, augurken, en vroeger ook bij tabak gebruikt.
 
Teelt
De klimmende pronkboon wordt aan bonenstaken geteeld. De staken zijn ongever 300 centimeter lang. Bonenstaken kunnen afkomstig zijn van de wilg, bamboe (tonkinstokken), maar ook takken van de hazelaar en andere houtige gewassen voldoen. Meestal gaan ze drie jaar mee. Daarna is de onderkant verrot en zijn ze te kort geworden. De wilgenstaken breken na drie jaar ook makkelijk. De staken kunnen in twee rijen als een hok gezet worden.

De plantafstand is 30 tot 50 centimeter in de rij en 120 tot 140 centimeter tussen de rijen. De pronkboon wordt ter plaatse gezaaid vanaf 15 mei tot eind juni. Meestal worden één tot twee zaden per staak gelegd. Bij meer zaden per staak treedt later veel bloemrui op, vooral bij warm en droog weer. Ook kunnen de planten voorgetrokken worden en later buiten uitgeplant. Bij voortrekken worden eind april twee zaden in potten van 12 centimeter diameter gelegd. Na opkomst wordt eventueel één kiemplant weggeknepen. Half mei (na de IJsheiligen) wordt er uitgeplant. De oogst begint eind juli en duurt tot eind augustus. Voor latere oogst moet half juni nog een keer gezaaid worden. Hiervan kan dan vanaf de derde week van augustus tot de eerste nachtvorst geoogst worden. De peulen moeten elke week geplukt worden, omdat anders de peulen te oud worden en er geen nieuwe peulen meer gevormd worden.
Teeltschema
zaaien in eind mei/juni, oogsten in september/begin oktober

Consumptie
Pronkbonen zijn lekker mals en zoet en worden na het koken gegeten of verwerkt tot conserveren.
 
Bewaren/bewerken
Met een bewaartemperatuur tussen de 2 en 4 graden zijn de bronkbonen ongeveer 2 tot 4 dagen houdbaar.
 
 

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen