donderdag 22 april 2010

Jakhalsbes

De jakhalsbes is de vrucht van een tweehuizige plant uit het geslacht Diospyros, die verwant is aan de bekende kaki (Diospyros kaki). De soortaanduiding mespiliformis verwijst naar de vorm van de bessen en betekent mispelvormig. De Nederlandse naam ontleent deze vrucht aan het feit dat jakhalzen deze bessen eten, want de zaden kunnen worden gevonden in hun ontlasting.

De boom kan tot 25 meter hoog worden. De boom heeft een donkergroene kroon met uitgespreide takken. De stammen van volgroeide bomen zijn dik en stevig en hebben veel groeven en richels. Meestal spreiden de eerste dikke takken zich hoog boven de grond uit. De schors is donkergrijs en schilferig. De enkelvoudige, gladde en glanzende bladeren zijn ellipsvormig en hebben een gave of gegolfd rand.

De circa 2,5 cm grote jakhalsbessen zijn rond tot eivormig. De vruchten rijpen erg langzaam van geel naar paars, ze kunnen tot een jaar aan de boom blijven hangen. De bessen smaken zoet en zijn erg geliefd in Afrika.
 
Teelt
Zaaien vindt plaats tussen augustus en maart. De kiemkracht is erg goed. De jakhalsbes geeft de voorkeur aan vochtige gebieden. De vrij traag groeiende vrucht vereist veel water.

Consumptie
De jakhalsbessen kunnen uit de hand worden gegeten of worden verwekt in bieren en brandewijnen. Het binnenste van de grote zaden, dat smaakt naar noten, kan ook worden geconsumeerd.

Het hout van de boom kan net als andere houtsoorten uit het geslacht Diospyros worden gebruikt als timmerhout voor de productie van meubels en vloeren. Het staat ook wel bekend als Afrikaans ebbenhout. In Afrika wordt het hout gebruikt voor de fabricage van traditionele kano’s (vooral in Namibië en Botswana), stampblokken en stampers, lemmets voor messen, bekers, lepels en snuifdozen. Twijgen kunnen worden gebruikt om tandenborstels van te maken.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen