donderdag 22 april 2010

Genipapo

De genipapo is de vrucht van een hoogstammige, groenblijvende of in droge tijden bladverliezende tot 30 meter hoge boom met bijna horizontaal staande takken. De bladeren zijn tegenoverstaand, lancetvormig, 10 tot 30 centimeter lang en tot 15 centimeter breed. De bladeren zijn gaafrandig of zwakgetand, donkergroen en dun-leerachtig. De bladeren hebben een stevige middennerf en staan in de scheuttoppen dicht opeen. De bloemen staan met een tot vijftien stuks in eindstandige bloeiwijzen. De bloemen zijn zwak geurend, wit of bleekgeel, buisvormig en tot 4 centimeter groot.

De peervormige of elliptische en tot 18 bij 8 centimeter grote bes heeft een dikke steel en aan het uiteinde een korte, uitgerekte kelkbladring. De vrucht heeft een 1 millimeter dikke, geelbruine schil. In de vruchtholte ligt het glazige, grijzige vruchtvlees in twee onduidelijke rijen om een centrale streng gerangschikt. De smaak is aromatisch zurig of zuur, enigszins appelachtig. De vrucht bevat vele tot 1,5 centimeter grote zaden.

Bewaren/bewerken
De vrucht kan rijpen door de vrucht door te snijden als de eerste schubben opliften en de vrucht een penetrante geur begint te verspreiden. Daarna moet de vrucht in papier worden gewikkeld en worden opgeslagen totdat de kernen eraf beginnen te vallen. Het vla-achtige vruchtvlees wordt dan van de spil afgesneden en kan dan worden geconsumeerd. De smaak lijkt op een mengeling van banaan en ananas. In tegenstelling tot sommige andere exotische vruchten, zoals bij de doerian, hoeft men de vrucht van de gatenplant niet te leren eten en kan men er direct van genieten.
 
Consumptie
De vruchten kunnen als handfruit worden uitgelepeld. Ook wordt de vrucht gebruikt voor de productie van frisdranken en wijnen. Het sap van onrijpe vruchten verkleurt aan de lucht naar donkerblauw. Dit donkerblauwe sap wordt door Zuid-Amerikaanse Indianen gebruikt als kleurstof voor huidbeschilderingen, kleding, hangmatten en manden.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen