maandag 19 april 2010

Knoflook

De knoflook is familie van de ui en de bieslook. Net als de ui en bieslook is knoflook een knolgewas dat voor de winter zijn energie in een bol opslaat zodat het in de lente een voorsprong heeft en snel kan groeien, bloeien en zaad produceren. De plant groeit op goed doorlatende grond en in de volle zon.

Teelt
Knoflook kan in principe op alle gronden groeien, mits de grond goed waterdoorlatend is. Het beste resultaat wordt verkregen op goed ontwaterde, vruchtbare zand- en/of lichte leemgrond. De pH waarde ligt tussen 6,5 à 7. Op zwaardere kleigrond kan het ook, maar meestal is deze te nat in de winter. De grond moet goed vruchtbaar zijn. Goed verteerde stalmest of andere organische mest kan het beste één jaar van tevoren op de plaats waar knoflook moet komen te staan, worden aangebracht. Vruchtwisseling is nodig om tal van aantastingen te voorkomen. Zet knoflook niet elk jaar op dezelfde plaats. Pas na zes jaar kan knoflook weer op dezelfde plaats worden geteeld.

Grote tenen zijn het beste als plantgoed te gebruiken. De kleinere teentjes geven na de teelt ook alleen maar kleine bollen. De tenen kunnen in twee perioden worden geplant:

Najaar
Oktober, november. Om nog een redelijke opbrengst te halen mag dit niet tot later dan half december worden uitgesteld. Wanneer toch later wordt geplant kan structuurbederf optreden, waardoor de opbrengst lager uitvalt. Vooral op wat zwaardere grond is dat het geval.

Bollen die in het najaar zijn geplant, kunnen goed tegen vorst. De opbrengst van in het najaar geplante bollen blijkt groter te zijn.

Voorjaar
Maart –april. Als de teentjes in maart -april worden geplant, wordt de bol niet zo volgroeid.

Plantafstand: 15 x 10 of 30 x 8 centimeter. Plant de teen niet dieper dan vijf centimeter in de grond. Knoflook op ruggen planten heeft voordelen. In het voorjaar warmen ruggen sneller op, en bovendien waait de wind ze sneller droog, waardoor het oogsten makkelijker en sneller gaat.
In een vollegrondsteelt komen de teentjes op bedden te liggen om structuurbederf zoveel mogelijk te ontlopen. De hoogste opbrengst wordt gehaald met 60 à 70 planten per m2. In de praktijk staan er 35 à 40 planten op een vierkante meter. De opbrengst zal bij dit plantgetal lager zijn, maar de bollen zijn wel groter. Grote bollen zijn bovendien beter te bewaren, omdat de schimmeldruk lager is als de planten in een ruimer verband staan.

Onder normale omstandigheden is op bedden een plantdiepte van 5 cm voldoende. Op ruggen hangt het van omstandigheden af hoe diep wordt geplant. De teentjes op ruggen worden daarnaast ook met 5 tot 10 cm grond bedekt. Op lichtere grond kan men wat dieper planten, zodat de teentjes over voldoende vocht kunnen beschikken. Staan de planten te ondiep, dan kunnen ze bovendien omvallen. Wanneer op wat zwaardere grond te ondiep wordt geplant, kunnen bij droogte scheuren in de grond ontstaan. De bollen komen dan bloot te liggen en verkleuren rood. In beide gevallen wordt de kwaliteit van het product minder.

Plant de teentjes met de punt omhoog. Plant u in het voorjaar, dan stopt u ze ongeveer 2 à 3 cm diep met de punt net onder de grond. Vreest u te natte grond tijdens de winter, plant dan op licht verhoogde ruggetjes.

Het plantgoed kan eventueel worden ontsmet tegen schimmels met dubbelkoolzure soda. Doe een eetlepel dubbelkoolzure soda per liter water en laat de tenen daar ongeveer 2 uur in weken tot de vliezen makkelijk van de tenen afkomen. Haal alle vliezen van de tenen en laat ze vervolgens 3 tot 5 minuten in alcohol weken, dan onmiddellijk planten.

Oogsten:
Van de tenen die in het najaar in een kas zijn geplant, kan vanaf maart tot mei worden geoogst. Tenen die in de volle grond zijn geplant, kunnen vanaf juli worden geoogst. Van de 'voorjaarstenen' kan vanaf juli tot oktober worden geoogst.

Zodra tweederde van de plant geel verkleurt, is knoflook gereed om met loof en al te worden gerooid. Rooi ze voorzichtig om de bollen niet te beschadigen en laat de oogst aan de wind drogen zonder nat te worden. Als het bolomwindsel mooi wit is en vliezig aanvoelt, moeten de bollen nog in huis (schuur, garage, zolder) nadrogen. Bos de bollen op tot een mooie knoflookstreng of verwijder het loof en bewaar ze apart van elkaar.

Consumptie
Knoflook wordt zowel vers als in poedervorm (gedroogd en gemalen) toegepast. Knoflook is een kruid met een zeer doordringende smaak en geur, dat in Frankrijk en de mediterrane landen bijzonder veel gebruikt wordt.

Knoflookazijn kan worden gemaakt door uitgeperste knoflook in gekookte, koude azijn te doen. Dit moet twee weken blijven staan, waarna de azijn gezeefd dient te worden.
 
Bewaren/bewerken
Hoewel er ook verse knoflookbollen te koop zijn worden er in de keuken meestal de gedroogde knoflookbollen gebruikt. Elk teentje is gevat in een dun velletje dat verwijderd moet worden. Dat velletje is heel makkelijk te verwijderen als de teen met behulp van bijvoorbeeld een hakmes wordt plakgedrukt. Verwijder lelijke plekjes en de groene kern in oudere exemplaren want die smaken bitter. Hak gepelde tenen knoflook klein, snijd ze in plakjes of druk ze door de knoflookknijper.

De gedroogde variant is lang houdbaar, zo’n 4 tot 6 maanden. Bewaart u de knoflook wel goed droog, dan blijft de kwaliteit gegarandeerd.
 
Voedingsstoffen
Voedingswaarden per 100 gram:
Energie: 578 kJ / 136 kcal
Eiwit: 6.0 g
IJzer: 1.4 mg
Koolhydraten: 28.0 g
Natrium: 4 mg
Calcium: 38 mg
Vet: 0.0 g
Vezels: 0.9g
Vitamine C: 14 mg

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen