De rijsbes is een kleine struik en draagt wittige tot roze bloemetjes in trosjes van 2 tot 3 stuks. Hij bloeit in mei en juni. De bessen lijken op die van de blauwe bosbes maar zijn iets ovaler van vorm. De vruchten rijpen in de nazomer. Ze hebben een blauwe schil, maar wit vruchtvlees en kleurloos sap in tegenstelling tot de blauwe bosbes die blauw vruchtvlees en paars sap heeft. De smaak is flauwzoet.
Teelt
Voor de teelt is een vochtige en kalkvrije bodem nodig. Geef de voorkeur aan een zeer zure bodem en volle zon. Ook beschutting tegen sterke wind is belangrijk. Het is het beste om zaad in een kas te zaaien.
Consumptie
De rijsbes kan worden verwerkt tot gelei, jam en sap. In het oosten van Siberië wordt de struik gebruikt voor het looien van leer en wordt uit de bessen een sterke brandewijn vervaardigd.
zondag 25 april 2010
Prachtframboos
De prachtframboos is een zachtfruitsoort die behoort tot de Rozenfamilie (Rosaceae) en het geslacht Rubus.
De prachtframboos komt van nature voor in de bossen en langs de rivieren van de kuststreken van Alaska tot Noord-Californië. Ze vormen vaak op open plekken tussen Amerikaanse elzen (Alnus rubra) een dicht struikgewas. De oorspronkelijk uit Noord-Amerika afkomstige prachtframboos komt ook in Nederland voor in parken en buitenplaatsen, zij het dat de plant hier zeldzaam is. Deze framboos wordt ook aangeplant.
Teelt
De vaste plant heeft tweejarige stengels die 1 tot 2 meter lang kunnen worden en na de vruchtdracht afsterven. Nieuwe stengels ontstaan uit grondscheuten. De stengels zijn bezet met stekels en oudere stengels verkleuren oranje tot goudbruin. De van onderen groene bladeren zijn drietallig en hebben aan de voet van de bladsteel met de steel vergroeide steunblaadjes. De blaadjes zijn grof gezaagd tot veerspletig.
De prachtframboos bloeit van maart tot in mei met helderpaarsachtig rode, 2,5 tot 3 centimeter grote, geurende bloemen. De kroonbladeren zijn langer dan de kelk.
De twee keer zo grote vruchten als die van de framboos kunnen rood, geel, oranje of oranjerood zijn en goed rijpe vruchten worden plaatselijk gebruikt voor het maken van jam, snoepgoed, gelatinepudding en vruchtenwijn. De vruchten kunnen afhankelijk van de herkomst verschillend smaken van flauw tot zoet en zijn soms bitter. Voor de oorspronkelijk bevolking in Noord-Amerika zijn ze nog steeds een belangrijk voedsel.
Consumptie
De jonge scheuten kunnen gegeten worden als asperges.
De prachtframboos komt van nature voor in de bossen en langs de rivieren van de kuststreken van Alaska tot Noord-Californië. Ze vormen vaak op open plekken tussen Amerikaanse elzen (Alnus rubra) een dicht struikgewas. De oorspronkelijk uit Noord-Amerika afkomstige prachtframboos komt ook in Nederland voor in parken en buitenplaatsen, zij het dat de plant hier zeldzaam is. Deze framboos wordt ook aangeplant.
Teelt
De vaste plant heeft tweejarige stengels die 1 tot 2 meter lang kunnen worden en na de vruchtdracht afsterven. Nieuwe stengels ontstaan uit grondscheuten. De stengels zijn bezet met stekels en oudere stengels verkleuren oranje tot goudbruin. De van onderen groene bladeren zijn drietallig en hebben aan de voet van de bladsteel met de steel vergroeide steunblaadjes. De blaadjes zijn grof gezaagd tot veerspletig.
De prachtframboos bloeit van maart tot in mei met helderpaarsachtig rode, 2,5 tot 3 centimeter grote, geurende bloemen. De kroonbladeren zijn langer dan de kelk.
De twee keer zo grote vruchten als die van de framboos kunnen rood, geel, oranje of oranjerood zijn en goed rijpe vruchten worden plaatselijk gebruikt voor het maken van jam, snoepgoed, gelatinepudding en vruchtenwijn. De vruchten kunnen afhankelijk van de herkomst verschillend smaken van flauw tot zoet en zijn soms bitter. Voor de oorspronkelijk bevolking in Noord-Amerika zijn ze nog steeds een belangrijk voedsel.
Consumptie
De jonge scheuten kunnen gegeten worden als asperges.
Meloen
Meloen is een oud cultuurgewas waarin in de loop van de tijd veel is veredeld. Hierdoor is er een grote variatie ontstaan en is het niet makkelijk om de rassen in te delen naar type. Desalnietemin worden er een viertal meloentype onderscheiden:
Teelt
Meloen is een eenjarige plant en heeft veel warmte en licht nodig. Als een plant grote bladeren heeft zal deze ook grote vruchten dragen. Er zijn kruipende planten en meloenplanten die omhoog groeien langs touwen. De hommels zorgen in de kas voor de bestuiving van de bloemen waar vervolgens de vrucht uit zal groeien.
Teeltschema: zaaien in april, planten in mei/begin juni, oogsten in augustus/september
Consumptie
Meloenen smaken lekker fris, de zoetheid varieert al naargelang de soort. U kan de meloenen uitlepelen of het vruchtvlees in stukjes snijden. Meloen is uiterst geschikt bij fruit- en andere slaatjes en bij voorgerechten bijvoorbeeld in combinatie met gedroogde ham.
De Piel de Sapo wint de afgelopen jaren erg aan populariteit. Er is volgens sommigen een verschuiving op handen, waardoor er steeds meer Canteloupe- en Piel de Sapo-meloenen gegeten gaan worden en dit ten koste van de gele meloenen.
Bewaren/bewerken
U kunt de meloen door snijden om de pitten te verwijderen en hierna uitlepelen of van de schil halen. Niet rijpe vruchten laat u op kamertemperatuur verder rijpen. Bewaar meloenen niet onder de 8 °C, want dan ontstaan waterige plekken die snel schimmelen. Wikkel een meloen voordat u hem in de koelkast legt in aluminiumfolie. Zo behoudt deze namelijk zijn geur en smaak. Bovendien voorkomt u dat andere etenswaren naar meloen gaan ruiken.
Voedingsstoffen
Voedingswaarde per 100 gram (watermeloen):
Energie: 32 kcal, 134 kJ
Vezels: 0,5 g
Koolhydraten: 7,18 g
Vet: 0,43 g
Eiwit: 0,62 g
Water: 91,51 g
Vitamine C: 9,6 mg
Voedingswaarde per 100 gram (Cantaloupe):
Energie: 35 kcal, 146 kJ
Vezels: 0,8 g
Koolhydraten: 8,36 g
Vet: 0,28 g
Eiwit: 0,88 g
Water: 89,78 g
Vitamine C: 42,2 g
- Cantaloup-meloenen. De naam is afgeleid van Canteloupe, een gehuchtje in de buurt van Rome, waar deze meloenen in de tuin van de Paus werden geteeld. Ze zijn rond of iets afgeplat van vorm en zijn aan de buitenkant verdeeld in segmenten of bedekt met wratachtige knobbels. Het bekendste ras uit deze categorie is de charentais of cavaillon. Ook het ras Oranje Ananas behoort tot dit type en heeft ook oranje-geel vruchtvlees.
- Ogenmeloen
- Netmeloenen zijn meloenen met een kurkachtig lichtbruin of wit netwerk op de schil. De schil zelf is glad of gesegmenteerd. De galiameloen is van dit type, heeft smaragdgroen vruchtvlees en komt oorspronkelijk uit Israël.
- Gladde meloenen, zoals honing- of suikermeloen. Dit type moet lang rijpen en wordt vooral in de winter aangevoerd. De Honeydew en de Amarillo liso uit Spanje zijn de bekendste.
Teelt
Meloen is een eenjarige plant en heeft veel warmte en licht nodig. Als een plant grote bladeren heeft zal deze ook grote vruchten dragen. Er zijn kruipende planten en meloenplanten die omhoog groeien langs touwen. De hommels zorgen in de kas voor de bestuiving van de bloemen waar vervolgens de vrucht uit zal groeien.
Teeltschema: zaaien in april, planten in mei/begin juni, oogsten in augustus/september
Consumptie
Meloenen smaken lekker fris, de zoetheid varieert al naargelang de soort. U kan de meloenen uitlepelen of het vruchtvlees in stukjes snijden. Meloen is uiterst geschikt bij fruit- en andere slaatjes en bij voorgerechten bijvoorbeeld in combinatie met gedroogde ham.
De Piel de Sapo wint de afgelopen jaren erg aan populariteit. Er is volgens sommigen een verschuiving op handen, waardoor er steeds meer Canteloupe- en Piel de Sapo-meloenen gegeten gaan worden en dit ten koste van de gele meloenen.
Bewaren/bewerken
U kunt de meloen door snijden om de pitten te verwijderen en hierna uitlepelen of van de schil halen. Niet rijpe vruchten laat u op kamertemperatuur verder rijpen. Bewaar meloenen niet onder de 8 °C, want dan ontstaan waterige plekken die snel schimmelen. Wikkel een meloen voordat u hem in de koelkast legt in aluminiumfolie. Zo behoudt deze namelijk zijn geur en smaak. Bovendien voorkomt u dat andere etenswaren naar meloen gaan ruiken.
Voedingsstoffen
Voedingswaarde per 100 gram (watermeloen):
Energie: 32 kcal, 134 kJ
Vezels: 0,5 g
Koolhydraten: 7,18 g
Vet: 0,43 g
Eiwit: 0,62 g
Water: 91,51 g
Vitamine C: 9,6 mg
Voedingswaarde per 100 gram (Cantaloupe):
Energie: 35 kcal, 146 kJ
Vezels: 0,8 g
Koolhydraten: 8,36 g
Vet: 0,28 g
Eiwit: 0,88 g
Water: 89,78 g
Vitamine C: 42,2 g
Lijsterbes
Teelt
De lijsterbes doet het goed matig droge, voedselarme zure bodem, maar een vochthoudende, humusrijke grond is beter. Deze bes houdt van veel zon, maar hij doet het ook aardig in de schaduw. De bodem moet regelmatig bedekt worden met mest of compost. De lijsterbessen rijpen in augustus en september. Iedere broom levert gemiddeld 25-40 kg vruchten.
Consumptie
Lijsterbessen kunnen tot jam worden verwerkt. Het hout van de lijsterbes is geschikt om meubels, keukengerei, gymnastiektoestellen, duim - en meetstokken te maken. Lijsterbessen worden geroosterd als koffiesurrogaat gebruikt.
Bewaren/bewerken
Na de oogst worden na de oogst koel opgeslagen (bijvoorbeeld in een diepvrieskist).
Voedingsstoffen
De lijsterbes bevat appel- wijnsteen- en citroenzuur, etherische olie, vitamine C, provitamine A, bitterstoffen, tannine en flavonoïde glycosiden.
De lijsterbes doet het goed matig droge, voedselarme zure bodem, maar een vochthoudende, humusrijke grond is beter. Deze bes houdt van veel zon, maar hij doet het ook aardig in de schaduw. De bodem moet regelmatig bedekt worden met mest of compost. De lijsterbessen rijpen in augustus en september. Iedere broom levert gemiddeld 25-40 kg vruchten.
Consumptie
Lijsterbessen kunnen tot jam worden verwerkt. Het hout van de lijsterbes is geschikt om meubels, keukengerei, gymnastiektoestellen, duim - en meetstokken te maken. Lijsterbessen worden geroosterd als koffiesurrogaat gebruikt.
Bewaren/bewerken
Na de oogst worden na de oogst koel opgeslagen (bijvoorbeeld in een diepvrieskist).
Voedingsstoffen
De lijsterbes bevat appel- wijnsteen- en citroenzuur, etherische olie, vitamine C, provitamine A, bitterstoffen, tannine en flavonoïde glycosiden.
Kruisbes
De kruisbes of klapbes behoort evenals de witte, rode en zwarte bes tot het geslacht Ribes. Naast de teelt komt de kruisbes in Nederland ook in het wild voor. In het wild komt de kruisbes voor op vochtige, matig voedselrijke, kalkhoudende grond op kapvlakten, onder struikgewas en op open plaatsen in het bos.
De struik waar de kruisbes aan groeit wordt 60 tot 120 centimeter hoog en heeft gestekelde takken. De bladeren zijn rondachtig en 3 tot 5 lobbig. De bladsteel en de onderkant van het blad is zacht behaard. De vrucht is een kale of met klierachtige borstels bezette bes en heeft rijp een groene, gele, rode of roodpaarse kleur.
Teelt
Er worden in Nederland nog maar weinig kruisbessen getaald, namelijk minder dan 15 hectare. In Vlaanderen is de teelt van kruisbessen nog vrij algemeen bij de telers van kleinfruit. Vooral in de typische fruitstreken zoals Haspengouw, de Voorkempen, en het Hageland. Vroeger werden kruisbessen onrijp geplukt voor de verwerkende industrie. Tegenwoordig worden ze rijp geplukt voor de verse consumptie en komen dan voornamelijk in juli op de markt.
Kruisbessen worden vegetatief door stek vermeerderd. Voor particuliere tuinen worden ook wel kleine boompjes aangeboden waarbij de kruisbes is geënt op een onderstam van Ribes uva-crispa die gemakkelijk stekt. Doordat deze onderstam een hoogte van ongeveer één meter heeft groeien de vruchten op plukhoogte. In de commerciële teelt kan gekozen worden voor vrij groeiende struiken of voor de teelt aan hagen. Dit laatste komt tegenwoordig het meeste voor.
Sommige rassen hebben een hangende groeiwijze waardoor ze niet meer geschikt zijn voor de teelt als vrijstaande struik doch alleen nog maar aan een haag kunnen worden geteeld. Bij de teelt aan hagen worden palen opgericht met daartussen draden die op een afstand van ongeveer 20 tot 25 centimeter worden gespannen. Vervolgens worden per struik twee of drie gesteltakken omhoog geleid waarbij er door middel van snoei voor wordt gezorgd dat de gesteltakken elk jaar over de volledige lengte zijn bekleed met vruchtdragende hout.
Consumptie
Het vel dat rond de kruisbessen zit is eetbaar. Kruisbessen kunnen rauw gegeten worden of verwerkt worden in confituur of gebak. Wanneer het vel te hard is kunt u de bessen even laten pocheren in suikerwater.
Bewaren/bewerken
Leg de kruisbessen naast elkaar op een bord in de koelkast. Op die manier kunt u ze enkele dagen bewaren. Was de bessen kort voor gebruik en verwijder de steeltjes.
Voedingsstoffen
Voedingswaarden per 100g
Energie: 44 kcal 184 kJ
Vezels: 4,3 g
Koolhydraten: 10,18 g
Vet: 0,58 g
Eiwit: 0,88 g
Water: 87,87 g
Vitamine C: 27,7 mg
De struik waar de kruisbes aan groeit wordt 60 tot 120 centimeter hoog en heeft gestekelde takken. De bladeren zijn rondachtig en 3 tot 5 lobbig. De bladsteel en de onderkant van het blad is zacht behaard. De vrucht is een kale of met klierachtige borstels bezette bes en heeft rijp een groene, gele, rode of roodpaarse kleur.
Teelt
Er worden in Nederland nog maar weinig kruisbessen getaald, namelijk minder dan 15 hectare. In Vlaanderen is de teelt van kruisbessen nog vrij algemeen bij de telers van kleinfruit. Vooral in de typische fruitstreken zoals Haspengouw, de Voorkempen, en het Hageland. Vroeger werden kruisbessen onrijp geplukt voor de verwerkende industrie. Tegenwoordig worden ze rijp geplukt voor de verse consumptie en komen dan voornamelijk in juli op de markt.
Kruisbessen worden vegetatief door stek vermeerderd. Voor particuliere tuinen worden ook wel kleine boompjes aangeboden waarbij de kruisbes is geënt op een onderstam van Ribes uva-crispa die gemakkelijk stekt. Doordat deze onderstam een hoogte van ongeveer één meter heeft groeien de vruchten op plukhoogte. In de commerciële teelt kan gekozen worden voor vrij groeiende struiken of voor de teelt aan hagen. Dit laatste komt tegenwoordig het meeste voor.
Sommige rassen hebben een hangende groeiwijze waardoor ze niet meer geschikt zijn voor de teelt als vrijstaande struik doch alleen nog maar aan een haag kunnen worden geteeld. Bij de teelt aan hagen worden palen opgericht met daartussen draden die op een afstand van ongeveer 20 tot 25 centimeter worden gespannen. Vervolgens worden per struik twee of drie gesteltakken omhoog geleid waarbij er door middel van snoei voor wordt gezorgd dat de gesteltakken elk jaar over de volledige lengte zijn bekleed met vruchtdragende hout.
Consumptie
Het vel dat rond de kruisbessen zit is eetbaar. Kruisbessen kunnen rauw gegeten worden of verwerkt worden in confituur of gebak. Wanneer het vel te hard is kunt u de bessen even laten pocheren in suikerwater.
Bewaren/bewerken
Leg de kruisbessen naast elkaar op een bord in de koelkast. Op die manier kunt u ze enkele dagen bewaren. Was de bessen kort voor gebruik en verwijder de steeltjes.
Voedingsstoffen
Voedingswaarden per 100g
Energie: 44 kcal 184 kJ
Vezels: 4,3 g
Koolhydraten: 10,18 g
Vet: 0,58 g
Eiwit: 0,88 g
Water: 87,87 g
Vitamine C: 27,7 mg
Japanse wijnbes
De Japanse wijnbes behoort evenals de braam en de framboos tot het geslacht Rubus en komt van nature voor in Korea, Japan en China. Tot het geslacht Rubus behoren meer dan 600 soorten.
De plant is een makkelijk groeiende struik waarvan de stengels tot 3 meter lang kunnen worden. De bladeren zijn aan de bovenzijde lichtgroen en aan de onderzijde grijs. Aan de stengels en de bladstelen zitten naast zeer veel roodbruine klierhaartjes ook stekels, die bij aanraking in de huid achter kunnen blijven. De twijgen zijn lichtgroen, maar kleuren later mooi rood.
Teelt
Op vrijwel alle grondsoorten groeit de wijnbes maar groeit het beste op humeuze en kalkrijke gronden. In de winter worden de afgedragen stengels verwijderd. In het vroege voorjaar worden de nieuwe stengels aangebonden en tot 1.80 meter teruggesnoeid. Er worden 8 tot 10 stengels per meter aangehouden, de rest van de stengels wordt weggesnoeid.
Consumptie
Van de Japanse wijnbes worden alleen de vruchten gebruikt. De vruchten hebben een wat flauwe, frisse, zoetzure smaak, zijn donkerrood gekleurd en voelen wat kleverig aan. Hoe donkerder de kleur des te meer smaak ze krijgen. Ze kunnen alleen of vermengd met yoghurt of vla gegeten worden. Gelei van Japanse wijnbessen blijft vloeibaar en is zeer geschikt als vruchtensiroop over toetjes. De vruchten kunnen worden ingevroren voor later in compôtes en bowl. Ook kan er jam van gemaakt worden, maar de smaak is flauw. Daarom is het aan te bevelen om rode bessen voor de smaak toe te voegen
Bewaren/bewerken
Na de oogst moet de Japanse wijnbes enige tijd in de koelkast bewaard worden.
De plant is een makkelijk groeiende struik waarvan de stengels tot 3 meter lang kunnen worden. De bladeren zijn aan de bovenzijde lichtgroen en aan de onderzijde grijs. Aan de stengels en de bladstelen zitten naast zeer veel roodbruine klierhaartjes ook stekels, die bij aanraking in de huid achter kunnen blijven. De twijgen zijn lichtgroen, maar kleuren later mooi rood.
Teelt
Op vrijwel alle grondsoorten groeit de wijnbes maar groeit het beste op humeuze en kalkrijke gronden. In de winter worden de afgedragen stengels verwijderd. In het vroege voorjaar worden de nieuwe stengels aangebonden en tot 1.80 meter teruggesnoeid. Er worden 8 tot 10 stengels per meter aangehouden, de rest van de stengels wordt weggesnoeid.
Consumptie
Van de Japanse wijnbes worden alleen de vruchten gebruikt. De vruchten hebben een wat flauwe, frisse, zoetzure smaak, zijn donkerrood gekleurd en voelen wat kleverig aan. Hoe donkerder de kleur des te meer smaak ze krijgen. Ze kunnen alleen of vermengd met yoghurt of vla gegeten worden. Gelei van Japanse wijnbessen blijft vloeibaar en is zeer geschikt als vruchtensiroop over toetjes. De vruchten kunnen worden ingevroren voor later in compôtes en bowl. Ook kan er jam van gemaakt worden, maar de smaak is flauw. Daarom is het aan te bevelen om rode bessen voor de smaak toe te voegen
Bewaren/bewerken
Na de oogst moet de Japanse wijnbes enige tijd in de koelkast bewaard worden.
Goudbes
De goudbes of ananaskers is de vrucht van een tot 2 meter hoge, eenjarige, kruidachtige plant met breed vertakte zijscheuten. De bladeren, de bloemstelen en de kelken zijn bezet met zachte haren. De alternerend geplaatste bladeren zijn hartvormig en groen. De bladeren zijn 10 tot 17 centimeter lang en de randen zijn gekarteld. De bloemen komen solitair uit de bladoksels en vertakkingen van stengels. De klokvormige kelk bestaat uit vijf driehoekige delen. Na de bloei vormt de kelk zich tot een omhulsel van de bes.
De vrucht is een oranje, 1 tot 2 centimeter grote bes die omhuld blijft door de lichtbruine kelk. Het sappige, lichtoranje vruchtvlees bevat vele kleine zaden. Het smaakt aromatisch en zoet tot zoetzuur. De vrucht, de ananaskers of goudbes, wordt in Nederland vooral rond de kerstperiode in de supermarkt aangeboden maar hij kan het hele jaar op de markt worden gekocht.
Teelt

Nadat de zaden zijn gescheiden van de pulp worden ze geplant. Zaden ontkiemen tussen 8 en 14 dagen in een onverwarmde kas. De eerste (gele) bloemen verschijnen 4 tot 5 weken na het verspenen tijdens het begin van de lente en de warme dagen in april tot en met november. De planten worden bestoven door de wind en de plaatselijke insecten. De oogst begint in augustus en duurt tot de planten worden gedood door vorst (meestal begin december). Iedere plant levert ongeveer 150 tot 300 vruchten. Wanneer de vruchten goud-geel zijn, zijn ze rijp. Onrijpe vruchten zijn groen.
Consumptie
De goudbes is ideaal voor het bakken van taart en het maken van jam. Verder wordt de vrucht gebruikt in vruchtensalades en in combinatie met avocado.
Bewaren/bewerken
De beste bewaartemperatuur voor de goudbes is tussen de 7 en 12°C. Rijp zijn de goudbessen 3 tot 4 dagen houdbaar, onrijpe vruchten rijpen na op kamertemperatuur.
Voedingsstoffen
De goudbes bevat onder meer vitamine A, B en C en heeft een hoog gehalte aan pectine en fosfor.
De vrucht is een oranje, 1 tot 2 centimeter grote bes die omhuld blijft door de lichtbruine kelk. Het sappige, lichtoranje vruchtvlees bevat vele kleine zaden. Het smaakt aromatisch en zoet tot zoetzuur. De vrucht, de ananaskers of goudbes, wordt in Nederland vooral rond de kerstperiode in de supermarkt aangeboden maar hij kan het hele jaar op de markt worden gekocht.
Teelt

Nadat de zaden zijn gescheiden van de pulp worden ze geplant. Zaden ontkiemen tussen 8 en 14 dagen in een onverwarmde kas. De eerste (gele) bloemen verschijnen 4 tot 5 weken na het verspenen tijdens het begin van de lente en de warme dagen in april tot en met november. De planten worden bestoven door de wind en de plaatselijke insecten. De oogst begint in augustus en duurt tot de planten worden gedood door vorst (meestal begin december). Iedere plant levert ongeveer 150 tot 300 vruchten. Wanneer de vruchten goud-geel zijn, zijn ze rijp. Onrijpe vruchten zijn groen.
Consumptie
De goudbes is ideaal voor het bakken van taart en het maken van jam. Verder wordt de vrucht gebruikt in vruchtensalades en in combinatie met avocado.
Bewaren/bewerken
De beste bewaartemperatuur voor de goudbes is tussen de 7 en 12°C. Rijp zijn de goudbessen 3 tot 4 dagen houdbaar, onrijpe vruchten rijpen na op kamertemperatuur.
Voedingsstoffen
De goudbes bevat onder meer vitamine A, B en C en heeft een hoog gehalte aan pectine en fosfor.
Framboos
Frambozen hebben rozerode tot donkerrode vruchten. De vruchten zijn rond en soms kegelvormig en opgebouwd uit een verzameling deelvruchtjes rondom de bloembodem. Frambozen zijn lekker sappig en zoet, stevig en egaal van kleur. De framboos is een naast familielid (geslacht Rubus L.) van de braam, hetgeen duidelijk te zien is aan de bouw van de vruchten.
Frambozen behoren, net als onder andere aalbessen en kruisbessen, tot het zachtfruit. Frambozen zijn in een groot deel van de wereld inheems en kunnen afhankelijk van de soort gele, rode, roze, oranje, bruine of zwarte vruchten dragen. Beroepsmatig wordt de ons bekende roze framboos gekweekt vanaf het einde van de 16e eeuw, met Griekenland en Italië als bakermat. Het seizoen begint eind april wanneer de eerste frambozen uit de kassen worden geoogst. Frambozen zijn tot eind oktober beschikbaar.
Teelt
Door verschillende teeltmethoden toe te passen kan de oogst over een lange periode, van eind april tot eind december, gespreid worden.
Zomerframbozen: Door de zomerframbozen in een plastic tunnel te telen is de oogst met ongeveer een maand te vervroegen. Frambozen kunnen ook onder glas geteeld worden, zowel in potten als in de grond. Door de kas te verwarmen kan de oogst nog eens met een maand vervroegd worden.
Normale buitenteelt: Direct na de oogst worden de afgedragen stengels verwijderd. In het vroege voorjaar worden de nieuwe stengels aangebonden. Voor de buitenteelt worden 8-10 stengels per meter aangehouden, de rest van de stengels wordt weggesnoeid.
Herfstframbozen: Om een goede oogst in het najaar te krijgen worden in de winter alle scheuten weggesnoeid. Door herfstframbozen in een verwarmde kas te telen kan de oogst tot eind december plaatsvinden. Bij de doorteelt worden in de winter alleen de afgedragen toppen verwijderd. In het voorjaar wordt dan van de onderste ogen geoogst.
Consumptie
Van de framboos worden alleen de vruchten gebruikt. De vruchten hebben een specifieke frambozensmaak en zijn afhankelijk van het ras lichtrood tot donkerrood gekleurd. Ook komen rassen voor met geelgekleurde vruchten. Frambozen worden zowel vers gegeten als verwerkt in frambozenjam, vruchten op siroop, tot bavarois, tot sap, tot puree en saus. Ze worden ook als losse vruchten ingevroren.
Frambozen zijn goed te mengen met ander zachtfruit en kunnen worden gepureerd voor sauzen. Frambozensaus kunt u gebruiken in kleurrijke sorbets, soufflés jams, geleien, gebaksvullingen en azijnsoorten. Uiteraard zijn frambozen ook te verwerken in salades of als vruchtje op een heerlijke ijscoupe. Frambozen passen ook bij warme gerechten, bijvoorbeeld met eendenborst, wit vlees en andere zuurzoete bereidingen.
De framboos wordt ook gebruikt in medicijnen voor kinderen om er een lekker smaakje aan te geven.
Bewaren/bewerken
Koop frambozen die er vers, mooi en droog uitzien. Het meeste zomerfruit kan niet lang op een warme plaats worden bewaard. Het beste is het fruit ongewassen op een koele plaats te bewaren. Haal eventueel beschadigd fruit zo snel mogelijk weg bij de andere vruchten.
Het zomerfruit kan goed worden ingevroren. U kunt zomerfruit het beste bewaren bij een temperatuur van 1 tot 4ºC, frambozen zijn dan zo’n 2 tot 3 dagen houdbaar. Bij het schoonmaken dient u het zomerfruit zo weinig mogelijk aan te raken.
Was het vlak voor u het serveert, maar alleen als het nodig is.
Voedingsstoffen
Voedingswaarden per 100gr:
Energie: 136 KJ, 32 kcal
Eiwit: 1.0 g
IJzer: 1.5 mg
Koolhydraten: 7.0 g
Natrium: 0.0 g
Calcium: 15 mg
Vet: 0.0 g
Vezels: 7.4 g
Vitamine C: 5 mg
Frambozen behoren, net als onder andere aalbessen en kruisbessen, tot het zachtfruit. Frambozen zijn in een groot deel van de wereld inheems en kunnen afhankelijk van de soort gele, rode, roze, oranje, bruine of zwarte vruchten dragen. Beroepsmatig wordt de ons bekende roze framboos gekweekt vanaf het einde van de 16e eeuw, met Griekenland en Italië als bakermat. Het seizoen begint eind april wanneer de eerste frambozen uit de kassen worden geoogst. Frambozen zijn tot eind oktober beschikbaar.
Teelt
Door verschillende teeltmethoden toe te passen kan de oogst over een lange periode, van eind april tot eind december, gespreid worden.
Zomerframbozen: Door de zomerframbozen in een plastic tunnel te telen is de oogst met ongeveer een maand te vervroegen. Frambozen kunnen ook onder glas geteeld worden, zowel in potten als in de grond. Door de kas te verwarmen kan de oogst nog eens met een maand vervroegd worden.
Normale buitenteelt: Direct na de oogst worden de afgedragen stengels verwijderd. In het vroege voorjaar worden de nieuwe stengels aangebonden. Voor de buitenteelt worden 8-10 stengels per meter aangehouden, de rest van de stengels wordt weggesnoeid.
Herfstframbozen: Om een goede oogst in het najaar te krijgen worden in de winter alle scheuten weggesnoeid. Door herfstframbozen in een verwarmde kas te telen kan de oogst tot eind december plaatsvinden. Bij de doorteelt worden in de winter alleen de afgedragen toppen verwijderd. In het voorjaar wordt dan van de onderste ogen geoogst.
Consumptie
Van de framboos worden alleen de vruchten gebruikt. De vruchten hebben een specifieke frambozensmaak en zijn afhankelijk van het ras lichtrood tot donkerrood gekleurd. Ook komen rassen voor met geelgekleurde vruchten. Frambozen worden zowel vers gegeten als verwerkt in frambozenjam, vruchten op siroop, tot bavarois, tot sap, tot puree en saus. Ze worden ook als losse vruchten ingevroren.
Frambozen zijn goed te mengen met ander zachtfruit en kunnen worden gepureerd voor sauzen. Frambozensaus kunt u gebruiken in kleurrijke sorbets, soufflés jams, geleien, gebaksvullingen en azijnsoorten. Uiteraard zijn frambozen ook te verwerken in salades of als vruchtje op een heerlijke ijscoupe. Frambozen passen ook bij warme gerechten, bijvoorbeeld met eendenborst, wit vlees en andere zuurzoete bereidingen.
De framboos wordt ook gebruikt in medicijnen voor kinderen om er een lekker smaakje aan te geven.
Bewaren/bewerken
Koop frambozen die er vers, mooi en droog uitzien. Het meeste zomerfruit kan niet lang op een warme plaats worden bewaard. Het beste is het fruit ongewassen op een koele plaats te bewaren. Haal eventueel beschadigd fruit zo snel mogelijk weg bij de andere vruchten.
Het zomerfruit kan goed worden ingevroren. U kunt zomerfruit het beste bewaren bij een temperatuur van 1 tot 4ºC, frambozen zijn dan zo’n 2 tot 3 dagen houdbaar. Bij het schoonmaken dient u het zomerfruit zo weinig mogelijk aan te raken.
Was het vlak voor u het serveert, maar alleen als het nodig is.
Voedingsstoffen
Voedingswaarden per 100gr:
Energie: 136 KJ, 32 kcal
Eiwit: 1.0 g
IJzer: 1.5 mg
Koolhydraten: 7.0 g
Natrium: 0.0 g
Calcium: 15 mg
Vet: 0.0 g
Vezels: 7.4 g
Vitamine C: 5 mg
Cranberry
De cranberry, grote veenbes of gewoon veenbes is een plant uit de heifamilie (Ericaceae). Het is een kruipende of overhangende plant met dunne stengels. De veenbes heeft een voorkeur voor zure grond, zoals heide, veen en bossen. In Nederland is de plant vrij zeldzaam.
De cranberry komt oorspronkelijk uit Noord-Amerika en is in Nederland een exoot. In 1840 is een vat bessen op Terschelling aangespoeld, waarna ze hier inburgerde. De plant is hier in 1868 ontdekt door de botanicus Franciscus Holkema. Op Terschelling komen uitgebreide velden van de cranberry voor en de pluk van de bessen is er aan een veenbes-bedrijf verpacht. Ook op Vlieland komen grotere velden voor. Op de overige waddeneilanden is de cranberry een zeldzaamheid. De cranberry wordt ook in klein aantal gevonden in het Fochteloërveen en het Eesveen op de grens van Friesland en Drenthe. De officiële Nederlandse naam van de plant is cranberry of Amerikaanse veenbes. Ook wordt de plant wel Lepeltjesheide genoemd. Op Terschelling staat de plant bekend als Pieter-Sipkesheide, naar de vinder van het vat in 1840.
Teelt
Het gebruik van de cranberry als medicinale plant was al vroeg bekend bij de Noord-Amerikaanse indianen.
Omdat de cranberry gebruikt werd als middel tegen scheurbuik op lange zeereizen was er ook in Europa belangstelling voor commerciële teelt van de cranberry. De eerste pogingen werden ondernomen in de negentiende eeuw in Engeland en Duitsland. Na de ontdekking van de cranberry op Terschelling werd ook in Nederland de belangstelling voor commerciële teelt ontdekt.
Consumptie
Veenbessen zijn enorm populair tijdens de kerstperiode en worden vaak gekookt gegeten in combinatie met kalkoen, wild en andere warme vruchten. Door hun bitter-zure smaak worden ze bijna altijd gekookt met wat suiker. Veenbessen worden vaak verwerkt tot compote of gebruikt in gebak en taarten. Zorg ervoor dat u het deksel op de kookpot zet tijdens het koken van de bessen, want ze spatten open.
Bewaren/bewerken
Let bij de aankoop van de cranberry erop dat de bessen mooi glanzend en stevig zijn.
U kunt ze enkele weken in de oorspronkelijke verpakking in de koelkast bewaren, de optimale bewaartemperatuur is 3 tot 6 °C. Veenbessen zijn daarnaast geschikt om in te vriezen.
Voedingsstoffen
Voedingswaarden per 100 gram:
Energie: 58 kJ, 14 kcal
Eiwit: -
IJzer 1,0 mg
Koolhydraten: 3,4 g
Natrium: 1 mg
Calcium: 15 mg
Vet: -
Vezels: 4,2 g
Vitamine C: 15 mg
De cranberry komt oorspronkelijk uit Noord-Amerika en is in Nederland een exoot. In 1840 is een vat bessen op Terschelling aangespoeld, waarna ze hier inburgerde. De plant is hier in 1868 ontdekt door de botanicus Franciscus Holkema. Op Terschelling komen uitgebreide velden van de cranberry voor en de pluk van de bessen is er aan een veenbes-bedrijf verpacht. Ook op Vlieland komen grotere velden voor. Op de overige waddeneilanden is de cranberry een zeldzaamheid. De cranberry wordt ook in klein aantal gevonden in het Fochteloërveen en het Eesveen op de grens van Friesland en Drenthe. De officiële Nederlandse naam van de plant is cranberry of Amerikaanse veenbes. Ook wordt de plant wel Lepeltjesheide genoemd. Op Terschelling staat de plant bekend als Pieter-Sipkesheide, naar de vinder van het vat in 1840.
Teelt
Het gebruik van de cranberry als medicinale plant was al vroeg bekend bij de Noord-Amerikaanse indianen.
Omdat de cranberry gebruikt werd als middel tegen scheurbuik op lange zeereizen was er ook in Europa belangstelling voor commerciële teelt van de cranberry. De eerste pogingen werden ondernomen in de negentiende eeuw in Engeland en Duitsland. Na de ontdekking van de cranberry op Terschelling werd ook in Nederland de belangstelling voor commerciële teelt ontdekt.
Consumptie
Veenbessen zijn enorm populair tijdens de kerstperiode en worden vaak gekookt gegeten in combinatie met kalkoen, wild en andere warme vruchten. Door hun bitter-zure smaak worden ze bijna altijd gekookt met wat suiker. Veenbessen worden vaak verwerkt tot compote of gebruikt in gebak en taarten. Zorg ervoor dat u het deksel op de kookpot zet tijdens het koken van de bessen, want ze spatten open.
Bewaren/bewerken
Let bij de aankoop van de cranberry erop dat de bessen mooi glanzend en stevig zijn.
U kunt ze enkele weken in de oorspronkelijke verpakking in de koelkast bewaren, de optimale bewaartemperatuur is 3 tot 6 °C. Veenbessen zijn daarnaast geschikt om in te vriezen.
Voedingsstoffen
Voedingswaarden per 100 gram:
Energie: 58 kJ, 14 kcal
Eiwit: -
IJzer 1,0 mg
Koolhydraten: 3,4 g
Natrium: 1 mg
Calcium: 15 mg
Vet: -
Vezels: 4,2 g
Vitamine C: 15 mg
Braam
Bramen groeien aan stekelige struiken. Het zijn net zoals de framboos en de aardbei schijnvruchten. De braambes bestaat uit kleine vruchtjes die op een kern samengepakt zitten. De kleur kan van donkerblauw tot paarszwart variëren.
Bramen worden van april tot december aangeboden. Ze worden verkocht in kleine plastic of kartonnen bakjes. De braam is een delicate vrucht.
De cultuurbraam, die geteeld wordt voor de vruchten, is ontstaan uit kruisingen tussen verschillende braamsoorten, waardoor er geen soortnaam aan gegeven kan worden. Meestal worden de rassen van de cultuurbraam daarom in Rubus sectie Moriferi gerangschikt.
Teelt
Bramen hebben behoefte aan een zonnige en beschutte plek. Op een schaduwrijke plaats bloeit de braam slecht. Een voedingrijke, humeuze en vochtige bodem zorgt voor bramen van hoge kwaliteit. Planten gebeurt van begin november tot eind maart. Tot op 25 cm boven de grond moet de plant gesnoeid worden. De meeste bramenrassen worden rijp in de periode eind juli - tweede helft van september.
Consumptie
Braambessen kunnen zo met wat suiker gegeten worden. Andere mogelijkheden zijn: pureren, tot sap verwerken of als vulling van taarten. Was de bramen heel voorzichtig, laat ze uitlekken en verwijder de kroontjes.
Van de braam worden vooral de vruchten gebruikt. Deze worden verwerkt in gelei, jam, likeur, saus, wijn, en als garnering op taarten en door ijs.
Van de langzaam gedroogde en gefermenteerde bladeren kan een thee gezet worden tegen diarree. Ook de vruchten hebben een stoppende werking door hun gehalte aan Tannine.
De vruchten zijn ook gebruikt als kleurstof voor wol. De jonge scheuten werden gebruikt als basis voor bruine verf.
Bewaren/bewerken
Bewaar bramen uitgespreid op een koele plaats 1 tot 2 dagen, in de koelkast 3 tot 4 dagen. Bramen kunt u het beste eind augustus, begin september invriezen.
Voedingsstoffen
Voedingswaarden per 100 gram:
Energie 216 Kj, 51 Kcal
Voedingsvezels 7,3 g
Koolhydraten 6 mg
Vetten 1g
Eiwitten 1g
Vitamine C 12 mg
Bramen worden van april tot december aangeboden. Ze worden verkocht in kleine plastic of kartonnen bakjes. De braam is een delicate vrucht.
De cultuurbraam, die geteeld wordt voor de vruchten, is ontstaan uit kruisingen tussen verschillende braamsoorten, waardoor er geen soortnaam aan gegeven kan worden. Meestal worden de rassen van de cultuurbraam daarom in Rubus sectie Moriferi gerangschikt.
Teelt
Bramen hebben behoefte aan een zonnige en beschutte plek. Op een schaduwrijke plaats bloeit de braam slecht. Een voedingrijke, humeuze en vochtige bodem zorgt voor bramen van hoge kwaliteit. Planten gebeurt van begin november tot eind maart. Tot op 25 cm boven de grond moet de plant gesnoeid worden. De meeste bramenrassen worden rijp in de periode eind juli - tweede helft van september.
Consumptie
Braambessen kunnen zo met wat suiker gegeten worden. Andere mogelijkheden zijn: pureren, tot sap verwerken of als vulling van taarten. Was de bramen heel voorzichtig, laat ze uitlekken en verwijder de kroontjes.
Van de braam worden vooral de vruchten gebruikt. Deze worden verwerkt in gelei, jam, likeur, saus, wijn, en als garnering op taarten en door ijs.
Van de langzaam gedroogde en gefermenteerde bladeren kan een thee gezet worden tegen diarree. Ook de vruchten hebben een stoppende werking door hun gehalte aan Tannine.
De vruchten zijn ook gebruikt als kleurstof voor wol. De jonge scheuten werden gebruikt als basis voor bruine verf.
Bewaren/bewerken
Bewaar bramen uitgespreid op een koele plaats 1 tot 2 dagen, in de koelkast 3 tot 4 dagen. Bramen kunt u het beste eind augustus, begin september invriezen.
Voedingsstoffen
Voedingswaarden per 100 gram:
Energie 216 Kj, 51 Kcal
Voedingsvezels 7,3 g
Koolhydraten 6 mg
Vetten 1g
Eiwitten 1g
Vitamine C 12 mg
Abonneren op:
Posts (Atom)









